De energietransitie vergt stevige Nederlandse Europapolitiek

18-09-2017 | Publicatie

Het nieuwe kabinet staat klaar om het stokje over te nemen. Maandenlang is er gesproken over beleid en de koers die Nederland moet varen. Maar als het om de energietransitie gaat, moet Nederland over de grenzen kijken, stellen Jos Notenboom en Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving, niet wachten op de Europese Unie maar gezamenlijk optrekken met andere Noordwest-Europese landen - inclusief het Verenigd Koninkrijk.

Nederland moet op zoek naar een klimaatvriendelijke energievoorziening. Op de agenda van het nieuwe kabinet staat hiernaast nog een herbezinning op de Europapolitiek. Vanwege het grensoverschrijdende karakter van de Nederlandse economie kan de transformatie naar een klimaatvriendelijke energievoorziening alleen slagen bij stevige Europese samenwerking. Daartoe moet Nederland onderzoeken welke samenwerking noodzakelijk is en op grond daarvan een proactieve agenda identificeren.

Nederland moet op zoek naar een klimaatvriendelijke energievoorziening. Op de agenda van het nieuwe kabinet staat hiernaast nog een herbezinning op de Europapolitiek. Vanwege het grensoverschrijdende karakter van de Nederlandse economie kan de transformatie naar een klimaatvriendelijke energievoorziening alleen slagen bij stevige Europese samenwerking. Daartoe moet Nederland onderzoeken welke samenwerking noodzakelijk is en op grond daarvan een proactieve agenda identificeren.

Omdat het EU-beleid onvoldoende een prijs zet op de uitstoot van CO2 kunnen gelijkgestemde Noordwest-Europese landen onderling aanvullende maatregelen afspreken, bijvoorbeeld in de vorm van een bodemprijs voor CO2. Dit is efficiënter dan wanneer Nederland dit alleen doet. Andere onderwerpen voor intensivering van Europese samenwerking zijn de grootschalige uitrol van Noordzee-windenergie, een elektriciteitssysteem geschikt voor integratie van zon- en windenergie, de industrie die CO2 afvangt en opslaat, en een transport- en vervoerssysteem dat klimaatvriendelijk is.

Ontwikkelingen in omringende landen staan niet stil en beïnvloeden de speelruimte voor de Nederlandse energietransitie. Belangrijk is bijtijds te doorzien hoe besluitvorming in Parijs en Berlijn doorwerkt op het Nederlandse energiesysteem. Het belang van de nationale energietransitie vormt zo een uitgangspunt in het buitenlandbeleid. Van oudsher wordt energie in het buitenlandbeleid bepaald door de positie van Nederland als gasexporterende natie en Rotterdam als Europese hub voor handel en verwerking van fossiele brandstoffen. Met de klimaatafspraken van Parijs komt een einde aan het fossiele tijdperk. Kolen, aardolie en aardgas zullen uit het energiesysteem verdwijnen om plaats te maken voor klimaatneutrale alternatieven. Dit vergt ook een nieuwe oriëntatie in het  buitenlandbeleid.

Als het om klimaatbeleid gaat volgt Nederland graag de Europese afspraken en behoedt zich ervoor als gekke Henkie te kijk te staan. De voorkeur gaat uit naar een gestaag stijgende prijs op de uitstoot van CO2, waardoor het bedrijfsleven binnen de gemeenschappelijke Europese markt geleidelijk voor koolstofarme, dus goedkopere opties kiest. Volgens de Nationale Energieverkenning zal de Europese CO2-prijs naar verwachting tot 2030 laag blijven en valt een dergelijke marktpush op korte termijn dus niet te verwachten. Daarbij komt dat een CO2-prijs als enige drijfveer voor een complexe maatschappelijke verandering onvoldoende is.

In 2015 was de uitstoot van Nederlandse broeikasgassen nog maar 12% onder het niveau van 1990. Om aan de klimaatafspraken van Parijs te voldoen moet dit in 2050 verder zijn gezakt naar zo’n 95%. Om dat voor elkaar te krijgen geeft de EU met zijn trage besluitvorming en grote invloed van gevestigde belangen en weinig ambitieuze lidstaten ons zeker de komende jaren nog onvoldoende steun. Het ligt dus voor de hand om daarnaast de samenwerking met omringende landen te versterken. Het is immers moeilijk voorstelbaar om de transformatie van de elektriciteitsvoorziening, de industrie en het transport in het kleine, energie-intensieve, dichtbevolkte Nederland met een open economie als louter nationaal project ter hand te nemen.

De energietransitie biedt Nederland voldoende brandstof voor een actieve Europapolitiek met een Noordwest-Europese focus. Nederland hoeft niet alleen te staan maar kan door intensiveren van de samenwerking met omringende landen de regie versterken op de nationale energietransitie, tot efficiënte oplossingen komen, en kansen voor het bedrijfsleven vergroten.

Dit artikel verscheen als opiniestuk in Energeia.