De veranderende positie van de nationale ruimtelijke ordening in Nederland

15-03-2011 | Publicatie

Dit artikel beschrijft de hoofdkenmerken van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Dat gebeurt door een internationale vergelijking en een historische terugblik. Daaruit blijkt dat de Nederlandse ruimtelijke ordening omvattend en integraal is, maar de laatste jaren sterk aan belang heeft ingeboet.

De ruimtelijke ordening in Nederland verandert

De ruimtelijke ordening heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het uiterlijk van Nederland. Concentratie van verstedelijking en het open houden van het landschap zijn vanouds hoofddoelstellingen van het nationaal ruimtelijk beleid. Er zijn zichtbare resultaten, zoals de bescherming van het Groene Hart in de Randstad, de bufferzones tussen de grote steden, het ontbreken van Malls in de weide en de planning van groeikernen en Vinex-wijken. Maar de tijden zijn veranderd. De nationale ruimtelijke ordening staat ter discussie. De eens zo machtige coalitie tussen ruimtelijke ordening en volkshuisvesting is verdwenen. De gedachte van een integraal ruimtelijk beleid legt het af tegen krachtig sectoraal beleid, zoals het infrastructuurbeleid. De huidige regering wil het ruimtelijk beleid zoveel mogelijk aan provincies en gemeenten overlaten. Welke toekomst heeft het nationale ruimtelijk beleid in Nederland?

Internationale vergelijking en terugblik

Dit artikel beschrijft de hoofdkenmerken van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Dat gebeurt door een internationale vergelijking en een historische terugblik. Daaruit blijkt dat de Nederlandse ruimtelijke ordening omvattend en integraal is, maar de laatste jaren sterk aan belang heeft ingeboet. Op basis van die analyse komen de mogelijke toekomstige ontwikkelingen aan de orde. Dat gebeurt aan de hand van een viertal scenario’s waarmee de hoeken van het toekomstig speelveld worden afgebakend. De positie van het nationale beleid varieert tussen die scenario’s. Maar in elk geval is duidelijk dat de Nederlandse ruimtelijke ordening veel minder het uitgesproken karakter van de omvattende integrale planning zal behouden en zal meegaan in de convergentie van ruimtelijk beleid tussen Europese landen.