Duurzaamheidsagenda

08-11-2006 | Publicatie

Duurzaamheid gaat over de mogelijkheid om een bepaalde ‘kwaliteit van leven’ in de toekomst voort te zetten. Op mondiale schaal wordt die kwaliteit bedreigd door armoede, honger, klimaatverandering en verlies van natuur (biodiversiteit). Deze problemen zijn onderling sterk verbonden en werken steeds meer in fysieke zin door naar het Nederlandse schaalniveau (migratiestromen, zeespiegelstijging, grondstofschaarste, veiligheidsproblemen). Omgekeerd tracht Nederland, veelal in Europees verband, een bijdrage te leveren aan de oplossing van de genoemde mondiale problemen. Deze problemen zijn wat betreft de ecologische draagkracht onderling verbonden via de bevolkingsomvang, het consumptieniveau en de technologie-ontwikkeling.

Onderwerpen voor de politieke agenda

Op grond van de wetenschappelijke inzichten in deze onderlinge inhoudelijke samenhang van de mondiale en de nationale duurzaamheidsproblemen, zouden de volgende onderwerpen op de politieke agenda moeten staan:

1. Doelstellingen

Doelstellingen op mondiaal en nationaal niveau zouden expliciet gemaakt moeten worden:

  • Doelen als de Millennium Development Goals (MDG’s), Kyoto, Biodiversiteitsconventie en Lissabon zijn niet alle tegelijkertijd te realiseren. Zo bestaat er, nog afgezien van voedselvoorziening, spanning tussen de inzet van biomassa met betrekking tot de klimaatdoelstellingen en het behoud van biodiversiteit. Prioritering is nodig vanuit een expliciete doelstelling, bijvoorbeeld een zo spoedig mogelijke stabilisering van de druk op het mondiale ecosysteem.
  • In de Nederlandse of Europese situatie zou de keuze expliciet gemaakt moeten worden tussen een toekomstscenario met maximale economische groei met bijbehorende extra druk op het fysieke systeem (meer bevolking-arbeidsmigratie, congestie, milieu- , natuur- en ruimtedruk) of voor een scenario met minder economische groei maar met minder druk op natuur, milieu en ruimte (zie scenario’s Welvaart en Leefomgeving – planbureaus CPB, MNP, RPB). In het laatste geval ligt het accent meer op volledige werkgelegenheid en scholing van de reeds aanwezige bevolking.

2. Samenhang

  • Duurzaamheidsproblemen komen in essentie voort uit éénzijdigheid. Tegen die achtergrond is het van belang de samenhang tussen de verschillende maatschappelijke gebieden - economie, ecologie, cultuur - te versterken.
  • Vanuit de samenhang tussen de vier genoemde mondiale vraagstukken (armoede, honger, klimaatverandering en natuurverlies) en de doorwerking naar het nationale niveau, zouden de ontwikkelingsagenda en milieuagenda verbonden moeten worden. Economische ontwikkeling elders zal leiden tot verminderde bevolkingsdruk (met aanvankelijk toenemende materiële consumptie). Ontwikkelingshulp via overheid of via de markt (met WTO-democratisering) draagt dus oorzakelijk bij aan duurzaamheid.
  • Stabilisatie van de mondiale bevolkingsomvang tegen het midden van deze eeuw is een belangrijke factor voor het oplossen van de mondiale duurzaamheidsvraagstukken. Dit kan plaatsvinden via een versterking van de maatschappelijke positie van vrouwen en onderwijs voor alle bevolkingsgroepen in een samenleving.
  • Ontwikkeling elders vermindert tegelijkertijd de migratiestromen.

3. Lange termijn gerichtheid

  • Duurzaamheidsbeleid vergt een tijdshorizon van ‘toekomstige generaties’, terwijl de huidige beoordelingshorizon voor grote infrastructuur (MKBA) zo’n 20 à 30 jaar bedraagt.
  • Het is van belang de trade-offs tussen de verschillende kwaliteiten (people-planet-profit) in kaart te brengen en oog te hebben voor de onomkeerbaarheid van processen.
  • Beleidsopties dienen ook beoordeeld te worden op de lange termijn verdelingseffecten (mondiaal en nationaal)?

4. Individuele en collectieve kwaliteiten

  • Keuze te maken tussen behoud van collectieve kwaliteiten en optreden van meer ingrijpende verdelingseffecten. Buiten de kleiner wordende collectieve ruimte doen zich sterkere verdelingseffecten voor (sociale congestie); daarmee neemt de spanning toe tussen efficiëntie en rechtvaardigheid.
  • Balans tussen individuele en collectieve kwaliteiten (commons) herwaarderen en afstemmen op incentive structuur, dat wil zeggen sturing via markt of overheid (Openbaar Vervoer, energievoorziening, natuurgebieden). Het schaarsteprobleem (klimaat, ruimte, natuur) vergt in alle gevallen een zekere mate van sturing door een (gemandateerde) bovenliggende bestuurslaag (ter overkoming van het sociaal dilemma). Om collectieve voordelen te bereiken zijn individuele nadelen (van individuele stake-holders) meestal onvermijdelijk.

5. Energie

  • Een duurzame energievoorziening houdt rekening met en milieu-effecten (klimaat, luchtkwaliteit) betaalbaarheid, voorzieningszekerheid, alsmede ruimtebeslag (biodiversiteit).
  • Dit geldt voor Nederland, maar nog in sterkere mate voor ontwikkelingslanden waar energie cruciaal is voor het bereiken van Millenniumdoelstellingen.
  • Oplossingen zijn langs twee richtingen denkbaar: beperken van de vraag (besparing) en schone aanbodopties, zoals hernieuwbare bronnen (zon, wind, biomassa), CO2-opslag en kernenergie.
  • Van belang voor Nederland is:
    • De mate waarin buitenland betrokken wordt bij duurzame oplossingen
    • De concrete doelstellingen op de verschillende deelterreinen (reductiedoel klimaat, hernieuwbaar, voorzieningszekerheid
    • De opties die in aanmerking komen
    • De instrumentering/maatregelen die nodig zijn om deze opties te realiseren.

6. Ruimte

  • Ruimtelijk ordenen is noodzakelijk voor het gelijktijdig accommoderen van zoveel mogelijk ruimtevragende functies in Nederland, gegeven de reeds bestaande ruimtedruk en de extra fysieke voorwaarden voor de waterproblematiek die samenhangt met het klimaatprobleem.
  • Het bestuurlijke schaalniveau waarop het ruimtelijk beleid wordt gevoerd, moet overeenkomen met het ruimtelijke schaalniveau waarop de problemen spelen.
  • Om verdere afname van landschappelijke kwaliteit en natuurwaarden te beperken is planologische duidelijkheid nodig.
  • Openbaar Vervoer zou alsnog (kosten-)effectief te maken zijn door gerichte ruimtelijke ordening, zoals het vergroten van de (wonen-werken) dichtheid op de Randstadring.
  • Naast beperking mondiale klimaat- en ruimtedruk (mitigatie) Nederland tijdig gereed maken voor zeespiegelstijging (adaptatie; kleine kans op grote effecten).