Emissiearm bemesten geëvalueerd

08-04-2009 | Publicatie

De ammoniakemissie bij bemesten is met 60 tot 70% afgenomen als gevolg van het emissiearm bemesten. Hierbij wordt de mest niet in een brede waaier over het land uitgespreid maar in sleufjes in de grond gebracht of in smalle stroken op de bodem gelegd. Emissiearm bemesten blijkt bovendien kosteneffectief te zijn. Daarmee levert deze manier van bemesten de grootste bijdrage (80 tot 90 kiloton) aan de noodzakelijke afname van de ammoniakemissie. Negatieve effecten, zoals schade aan bodemstructuur, bodemleven en de weidevogelstand zijn beperkt, van tijdelijke aard of konden niet duidelijk aangetoond worden.

Emissiearm bemesten is effectief; negatieve effecten zijn beperkt of niet duidelijk aangetoond

Door emissiearm te bemesten is de ammoniakemissie bij bemesten met 60% tot 70% afgenomen. Deze emissiereductie is gerealiseerd ten opzichte van de wijze waarop het in de tachtiger jaren van de vorige eeuw gebruikelijk was te bemesten. Bij emissiearm bemesten wordt de mest in sleufjes in de grond gebracht of in smalle stroken op de bodem gelegd en niet in een brede waaier over het land verspreid (‘breedwerpig bovengronds bemesten’). Het oorspronkelijke doel uit 1990 (80% emissiereductie bij bemesten) wordt niet volledig gehaald. Toch levert emissiearm bemesten de grootste bijdrage (80-90 kiloton) aan de afname van de ammoniakemissies. Deze afname is nodig om het plafond van 128 kiloton voor 2010 te halen. Emissiearm bemesten is niet alleen verplicht in Nederland, maar ook elders in Europa waaronder België (Vlaanderen) en Duitsland.

Een klein deel van de boeren wil echter af van de verplichting tot emissiearm bemesten in verband met mogelijke schade aan bodemleven en bodemstructuur. Uit onderzoek is gebleken dat schade aan het bodemleven als gevolg van emissiearm bemesten van tijdelijke aard is, niet optrad of niet duidelijk aangetoond kon worden. Schade aan de bodemstructuur (bovenste 20-30 cm) blijkt gering of afwezig te zijn. In de praktijk wordt emissiearm bemesten vaak geassocieerd met zware landbouwmachines die de graszode doorsnijden. Het blijkt echter dat de combinatie (tractor en mesttank met emissiearme bemester) bij emissiearm bemesten maar weinig zwaarder is dan bij bovengronds bemesten (bij dezelfde inhoud en capaciteit van de mesttank). Bovendien mag bij grasland sinds midden jaren negentig de mest ook op in plaats van in de graszode gebracht worden, waardoor de benodigde trekkracht ten opzichte van bovengronds bemesten beperkt (circa 10%) hoger is en de zode niet meer doorsneden hoeft te worden.

Naast effecten op bodemstructuur en bodemleven is in deze evaluatie een aantal andere effecten geëvalueerd. Deze bevindingen worden in bijgaande tabel gepresenteerd.

Figuur: tabel met effecten van emissiearm bemesten ten opzichte van breedwerpig bemesten; emissiearm bemesten zorgt voor een anzienlijke afname (60-70%) van ammoniakemissie

Emissiearm bemesten is een kosteneffectieve maatregel

Ten opzichte van andere maatregelen om de emissie van ammoniak te beperken, is emissiearm bemesten relatief goedkoop: het kost iets minder dan 1 euro om de emissie van 1 kg ammoniak te voorkomen. Ter illustratie: bij de luchtwasser, die wordt toegepast in de intensieve veehouderij, kost het ‘afvangen’ van 1 kg ammoniak uit de stallucht 4 tot 6 euro. Voor boeren bedragen de meerkosten van emissiearm bemesten jaarlijks ongeveer 60 tot 70 miljoen euro. Doordat er bij emissiearm bemesten minder ammoniak vervluchtigt en dus meer stikstof in de bodem beschikbaar is voor het gewas, hoeft minder kunstmest te worden gebruikt dan bij bovengronds bemesten. Indien daadwerkelijk minder kunstmest wordt gebruikt, kunnen de besparingen van verminderd kunstmestgebruik ongeveer 70-90 miljoen euro bedragen.

Evaluatie ontheffing Noord-Friese Wouden: gemiddeld meer emissie bij bemesten

Aan 29 boeren in de Noord-Friese Wouden is ontheffing van het Besluit verleend. Deze groep boeren wil aantonen dat met een strategie van eiwitarm voeren, bovengronds uitrijden onder gunstige omstandigheden dezelfde emissiereductie als bij emissiearm bemesten kan worden behaald. De emissie van ammoniak bleek bij deze boeren gemiddeld hoger te zijn dan bij emissiearm bemesten volgens de voorschriften. Het bleek niet mogelijk om op basis van de experimenten eenduidig de randvoorwaarden (eiwitarm voer, uitrijden onder gunstige weersomstandigheden) vast te stellen, waarbij met bovengronds bemesten een vergelijkbare emissiereductie bereikt wordt.

Naleving van het Besluit: in 8% van de gevallen wordt niet volgens voorschriften gewerkt

Uit onderzoek van de Algemene Inspectie Dienst in 2008 blijkt dat op grasland in 11% en op bouwland in 5% van de controles de voorschriften overtreden zijn. Gemiddeld komt dit neer op 8% van de controles in 2008. Vermeld dient te worden dat er geen integraal beeld beschikbaar is voor de naleving over de hele evaluatieperiode. Als wordt verondersteld dat de gegevens van de AID representatief zijn, betekent dit een extra ammoniakemissie van 5 tot 6 kiloton. Overigens wordt in de methodiek van de Emissieregistratie de ammoniakemissie bij bemesten met 15% opgehoogd. Op deze manier wordt rekening gehouden met het te verwachten verschil in ammoniakemissie bij experimenten en onder praktijkomstandigheden. Het effect van deze 15% ophoging blijkt ook 5 tot 6 kiloton te zijn. Nader onderzoek moet duidelijk maken of met de genoemde ophoging van 15% die in de emissieregistratie gebruikt wordt het emissieverhogende effect van het gebrek aan naleving voldoende dekt.

Ongeveer 60% van de boeren is voor en 20% is tegen emissiearm bemesten

Een deel van de boeren is tegen de voorgeschreven vorm van emissiearm bemesten. Overwogen kan worden of bepaalde emissiearme bovengrondse bemestingstechnieken onder strikte voorwaarden toegelaten kunnen worden.

Foto: zodebemester

Achtergrondinformatie

Het jaar 2010 is het zichtjaar voor de Europese richtlijn National Emission Ceilings, kortweg de NEC-richtlijn. Nederland heeft zich onder andere verplicht de emissie van ammoniak tot 128 kiloton per jaar te beperken. Om dit doel te bereiken zijn er tal van maatregelen getroffen. Deze maatregelen richten zich op de landbouwsector, omdat daar de meeste ammoniak wordt uitgestoten. Een van de belangrijkste maatregelen om dit emissieplafond te halen, betreft het emissiearm bemesten van landbouwgrond. De ministeries van LNV en VROM hebben het PBL verzocht het effect van emissiearm bemesten op de ammoniakemissie te evalueren.