Energiebesparing: voor wie loont dat?

11-06-2014 | Publicatie

In Nederland zijn de ongeveer 2,6 miljoen huishoudens met een laag inkomen gemiddeld bijna 9 procent van hun huishoudbudget kwijt aan gas en elektriciteit. Dit is meer dan het landelijk gemiddelde van ruim 6 procent. Toch gebruiken lagere inkomens gemiddeld minder energie dan anderen. Het grootste energiebesparingspotentieel is te vinden bij huishoudens voor wie betaalbaarheid van energie een minder groot probleem is. Energiebesparing bij huishoudens met een hoog energiegebruik met het oog op CO2-uitstoot draagt daarom niet altijd bij aan het betaalbaar houden van energie voor huishoudens met een laag inkomen.

Vergrijzing: kans voor energiebesparing

De kans dat betaalbaarheid- en energiebesparingsdoelen op één lijn liggen is het grootst bij gepensioneerden: ouderen verdienen minder, zijn vaker thuis, prefereren een hogere kamertemperatuur en wonen op termijn vaker in grotere eengezinswoningen. Vergrijzing draagt daarmee bij aan een hoger huishoudelijk energiegebruik. Het zorgbeleid (langer thuis wonen) en het groeiend eigenwoningbezit onder ouderen (lagere verhuismobiliteit) versterken dit. Uiteindelijk biedt vergrijzing dus kansen: door het hogere energiegebruik loont energiebesparing voor ouderen (nog) meer. Mochten deze kansen niet benut worden, dan volgt vanaf 2020 een tweede kans doordat steeds meer ouderen de woningmarkt verlaten en het aantal natuurlijke momenten voor renovatie toeneemt.