Fijnstofprobleem minder knellend: 80-90% van de bouwplannen kan doorgaan

Publicatie

Door de nieuwe inzichten in het fijnstofprobleem (maart 2006) zal 80-90% van de bouwplannen kunnen doorgaan. In deze gevallen zal de Europese grenswaarde voor luchtkwaliteit geen knellende factor meer zijn. De resterende knelpunten zijn vooral te vinden in grote steden en langs drukke snelwegen. Deze indicatieve raming is op verzoek van de Tweede Kamer opgesteld door het MNP op basis van de eerdere melding dat de fijnstofconcentraties in Nederland momenteel 10-15% lager zijn dan eerder werd verondersteld.

De Vaste Commissie VROM van de Tweede Kamer heeft op 20 april 2006 een rondetafelgesprek georganiseerd over het wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet Milieubeheer (luchtkwaliteitseisen). Het MNP heeft de kamercommissie geïnformeerd over de huidige en toekomstige luchtkwaliteitsproblemen, o.a. de nieuwe wetenschappelijke inzichten over fijn stof. Onderstaand bericht behandelt met name de gevolgen van deze nieuwe inzichten voor bouwplannen en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.

Exacte gevolgen voor bouwplannen zijn nog moeilijk te duiden

Het MNP heeft begin maart gerapporteerd dat de fijnstofconcentratie momenteel waarschijnlijk 10-15% lager is dan eerder werd verondersteld. Desalniettemin wordt de Europese grenswaarde nog steeds op grote schaal overschreden. Deze lagere concentraties zijn gecombineerd met projecties voor de toekomst (2010-2020) en gepubliceerd in de vorm van grootschalige concentratiekaarten (soms aangeduid als achtergrondconcentraties). Deze kaarten worden door gemeentes, provincies en Rijkswaterstaat gebruikt als invoer voor hun lokale (verkeers)modellen. Zij berekenen de extra bijdragen van lokale bronnen om de lokale situatie in te schatten danwel de gevolgen van de bouwplannen in kaart te brengen. Dit proces is nog niet afgerond en partijen zijn op dit moment nog druk aan het rekenen. Dit geldt niet alleen voor fijn stof, maar ook voor o.a. stikstofdioxiden. De verwachting is dat na de zomer een beter beeld kan worden gegeven. Het MNP beschikt niet over de lokale invoergegevens. In het rapport Nieuwe inzichten in de omvang van de fijnstofproblematiek heeft het MNP wel indicatief geraamd dat het aantal knelpunten voor luchtkwaliteit door de nieuwe inzichten ruim gehalveerd wordt. Deze raming was echter niet specifiek gericht op bouwplannen of ruimtelijke ontwikkelingen.

Indicatieve raming: circa 80 - 90% van de bouwplannen kunnen doorgaan

In het rapport Lucht voor ruimtelijke plannen? aangeboden aan de Tweede Kamer op 20 september 2005, raamden TNO en DHV dat voor éénderde van de bouwplannen luchtkwaliteit geen knellende factor is. In samenwerking met deze organisaties is nu een nieuwe raming opgesteld. Uit deze indicatieve berekeningen voor 2010 blijkt dat door de nieuwe inzichten 80-90% van de bouwplannen niet zullen worden belemmerd door overschrijding van de grenswaarde van fijn stof. Dit geldt met name voor de woningbouwplannen. De verwachting is dat na 2010 het aantal bouwplannen waarvoor luchtkwaliteit een knelpunt is, verder zal verminderen door bestaand beleid. Er is hierbij geen rekening gehouden met lokaal beleid en aanvullend nationaal en Europees beleid. Het aantal knelpunten voor bouwplannen kan hierdoor verder teruglopen.

Resterende knelpunten: vooral in grote steden en langs drukke snelwegen

De verwachting is dat de meeste belemmeringen voor bouwplannen zich vooral in de grote steden in de Randstad en Noord-Brabant zich zullen bevinden. De resterende knelpunten doen zich met name voor bij nieuwe bedrijfsterreinen, de zogenaamde sleutelprojecten (bijv. stedelijke herstructeringsgebieden), nieuwe snelwegen en Vinex-locaties nabij snelwegen. Het zijn ook waarschijnlijk merendeels de grotere bouwplannen die ‘in betekende mate’ bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Aangezien de gereedkoming van deze objecten vaak pas op langere termijn speelt (na 2010) zal de extra luchtvervuiling hiervan in ruimtelijke zin relatief minder knellend zijn. Dit komt door de verwachte verder dalende concentraties in de lucht door het reeds in gang gezette nationale en Europese beleid (bijv. het maximale effect van de implementatie van de nieuwe Euro5-normen voor het wegverkeer is pas na 2015 te verwachten). Overigens moet hierbij wel de kanttekening worden geplaatst dat de indicatieve analyse gebaseerd is op de thans bekende bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen.

Resterende knelpunten: grenswaarde stikstofdioxide is mogelijk meest knellend

Uit de indicatieve analyse blijkt ook dat de resterende knelpunten vooral door overschrijding van de grenswaarde van stikstofdioxide wordt veroorzaakt. Deze EU-grenswaarde geldt vanaf 2010. De verwachting is dat circa 15% van de bouwplannen in 2010 wordt belemmerd door deze grenswaarde. Net als voor fijn stof zal de concentratie van stikstofdioxide in Nederland verder verminderen na 2010, met name door schoner wegverkeer. Indien de Europese Commissie derogatie toestaat, en de termijn waarop de grenswaarde moet worden gehaald, wordt verschoven van 2010 naar 2015, dan zal het aantal knelpunten daardoor ongeveer worden gehalveerd. Meer dan 90% van de bouwplannen kunnen doorgaan. Stikstofdioxide is overigens meer een lokaal probleem (60% van de lokale overschrijding wordt veroorzaakt door wegverkeer), dit in tegenstelling tot fijn stof dat meer een grootschalig karakter heeft. Met andere woorden, door gericht lokale verkeersmaatregelen en infrastructurele maatregelen kan het aantal knelpunten verder worden verminderd. Opgemerkt moet hierbij wel worden dat met name de infrastructurele ingrepen hoge kosten met zich meebrengen en weinig kosteneffectief zijn voor luchtkwaliteit alleen.

Kenmerken

Publicatietitel
Fijnstofprobleem minder knellend: 80-90% van de bouwplannen kan doorgaan
Publicatiedatum
3 mei 2006
Publicatie type
Publicatie
Productnummer
91735