Langetermijntrend in mondiale CO2-emissies; 2011 rapport

21-09-2011 | Publicatie

In 2010 is de wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide (CO2) met ruim 5 procent toegenomen, na een daling van 1 procent in 2009. De industrielanden zijn gezamenlijk op koers om hun Kyoto-doel van 5,2 procent reductie te halen. Hun inspanning wordt echter in toenemende mate verhuld in de mondiale CO2-uitstoot, waarin hun aandeel sinds 1990 terugliep van ongeveer de helft tot een derde.

Wereldwijde uitstoot koolstofdioxide zet langetermijntrend voort

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie hebben becijferd dat in 2010 de wereldwijde uitstoot van kooldioxide, het belangrijkste broeikasgas, met ruim 5 procent is toegenomen, na een daling van 1 procent in 2009. Dat is de grootste toename sinds twee decennia, vergelijkbaar met de toename in 1976 toen de wereldeconomie zich herstelde van de eerste oliecrisis en de daaropvolgende aandelencrisis.

De voortgaande groei in ontwikkelingslanden en het economische herstel in de geïndustrialiseerde landen zijn de belangrijkste reden voor de grote toename van 5,8 procent in 2010 tot het hoogste niveau ooit van 33 miljard ton CO2. De uitstoot is in de meeste grote economieën toegenomen, maar China en India zijn met 10 en 9 procent de grootste stijgers.

Figuur: grafiek met de mondiale emissie koolstofdioxide door gebruik fossiele brandstoffen en cementproductie per regio" alt="Mondiale emissie koolstofdioxide door gebruik fossiele brandstoffen en cementproductie per regio 1990-2010 (PBL)

De stijging is gemiddeld 1,7 procent per jaar in de laatste drie jaren waarin de kredietcrisis zich afspeelt. Dat is vrijwel gelijk aan het langjarige gemiddelde van 1,9 procent van de laatste twee decennia vanaf 1990. De hier gepresenteerde voorlopige emissiecijfers zijn exclusief de CO2-emissies door bos- en veenbranden en door de afbraak van onverbrande biomassa en van veenlagen. Die emissies vinden vooral plaats in de ontwikkelingslanden.

Grote regionale verschillen tussen China en India en geïndustrialiseerde landen

  • De uitstoot van de EU-15 is in 2010 met 3 procent toegenomen tot 3,1 miljard ton CO2 en voor de huidige EU-27 met 4 procent. Die van de VS namen met 4 procent toe tot 5,2 ton. In Japan nam de uitstoot toe met 6.5 procent tot 1,2 miljard en in Rusland met 4 procent tot 1,7 miljard ton. In 2010 is de uitstoot van alle landen met een doelstelling in het Kyoto Protocol met 3,5 procent toegenomen, als we de VS, die het protocol niet geratificeerd hebben, meetellen.
  • Sinds 2003 is de CO2-uitstoot van China verdubbeld en is die van India met 60 procent toegenomen. In 2010 is de uitstoot van China met 10 procent toegenomen tot 9,0 miljard ton, hoewel China zijn wind- en zonne-energievermogen heeft verdubbeld. In India is de uitstoot in 2010 met 9 procent tot 1,8 miljard ton toegenomen. India is vierde land qua CO2-uitstoot, voor Rusland en na de 27 EU landen.
  • In 2010 is de economie ook in de meeste andere ontwikkelingslanden verbeterd, met een navenante toename van de CO2-uitstoot. Brazilië +12 procent na -5 procent in 2009, Zuid Korea +9 procent na +1 procent in 2009.

Van grote landen Australië hoogste CO2-uitstoot per persoon

Omdat de bevolkingsomvang en het niveau van economische ontwikkeling sterk verschilt tussen landen, laat de CO2-emissie per persoon een heel andere volgorde zien dan de uitstoot per land. Australië staat op de eerste plaats en de Verenigde Staten op de tweede plaats van de top-25 landen met de hoogste uitstoot in 2010. Sinds 1990 nam de CO2-uitstoot per persoon in de Verenigde Staten af van 19,7 naar 16,9 ton CO2 per persoon. In de EU-27 daalde deze van 9,2 naar 8,1 ton CO2per persoon, terwijl in China deze toenam van 2,2 naar 6,8 ton CO2 per persoon. De huidige uitstoot van China is lager dan het gemiddelde van de EU-27, maar gelijk aan bijvoorbeeld de CO2-uitstoot per persoon in Italië

Figuur: lijngrafiek met de mondiale emissie koolstofdioxide door gebruik fossiele brandstoffen en cementproductie 1990-2010 (PBL)

Industrielanden gezamenlijk op koers voor halen Kyoto-doel

De industrielanden die het Kyoto Protocol geratificeerd hebben, exclusief de VS die dat niet deden, zijn gezamenlijk op koers om hun gezamenlijke doel van gemiddeld 5,2 procent reductie te halen in de periode 2008-2012 ten opzichte van het basisjaar. Met een geschatte gemiddelde reductie van 16 procent in de jaren 2008-2012 zullen zij dat gezamenlijke doel zeker halen.

De industrielanden die het Kyoto Protocol geratificeerd hebben plus de VS zullen in de periode 2008-2012 gezamenlijk ongeveer 7,5 procent minder broeikasgasemissies hebben dan in 1990. Daarmee liggen zij gezamenlijk ook op koers om het oorspronkelijke doel van 5,2 procent reductie te halen. Wel moet opgemerkt worden dat er grote verschillen zijn tussen individuele landen en dat verschillende landen hun Kyoto-doel niet zullen halen zonder aankoop van emissierechten.

In de Kyoto Protocol-periode hebben de industrielanden zich ingespannen om veranderingen in hun mix van energiebronnen tot stand te brengen. Zo is in die landen de productie van elektriciteit door kerncentrales sinds 1990 met bijna 30 procent toegenomen en van hernieuwbare energie met ruim 40 procent. In die landen is het aandeel van kernenergie in de totale energieproductie sinds 1990 van 8 procent tot 9 procent gestegen en is het aandeel van hernieuwbare energie gestegen van 6,5 procent in 1990 tot 8 procent in 2010. Ook hebben verschillende industrielanden een verschuiving gemaakt naar minder koolstofintensieve fossiele brandstoffen, van kolen naar gas, en vooruitgang geboekt in energiebesparing.

Trends in de productie van hernieuwbare energie

De jaarlijkse groei in de productie van hernieuwbare energie versnelde na 2003 van een paar procent tot gemiddeld 6 procent. In 2010 was de groei 7 procent, de grootste jaarlijkse groei sinds 1990. Het aandeel van hernieuwbare energie in de totale mondiale energieproductie nam toe van 7 procent in 2004 tot meer dan 8 procent in 2009 en 2010 (exclusief traditionele biobrandstoffen als brandhout en houtskool). De historische en huidige capaciteitsgroei van hernieuwbare energie en kernenergie kan de toenemende emissies van broeikasgassen als gevolg van de wereldwijd groeiende vraag naar elektriciteit en transport nog niet compenseren.

Sectoren met continue mondiale CO2-groei

De aanhoudende groei in mondiale CO2-emissies wordt gedreven door de groei van elektriciteitsproductie en wegvervoer, zowel in de geïndustrialiseerde landen als in ontwikkelingslanden. Mondiaal dragen ze respectievelijk 40 procent en 15 procent bij aan de totale huidige uitstoot. Mondiaal hebben deze sectoren vanaf 1970 tot 2002 dezelfde groeisnelheid, daarna neemt de elektriciteitsproductie versneld toe door de versnelde industrialisatie van China, nadat China lid werd van de wereldhandelsorgansiatie (WTO), en het effect daarvan zichtbaar wordt in de mondiale trend in de uitstoot van de sector.

Meer informatie

Meer informatie op het Compendium voor de leefomgeving (website):

JRC Technical Note number JRC65918