Quickscan energie en ruimte - Raakvlakken tussen energiebeleid en ruimtelijke ordening

16-03-2010 | Publicatie

Het werken aan een duurzame energievoorziening heeft gevolgen voor de ruimtelijke inrichting van Nederland. De toepassing van nieuwe energietechnologieën verandert het aanzien van woningen en kantoorgebouwen, de inrichting van steden, het landschap en het gebruik van de ondergrond. Uit de praktijk blijkt dat de ruimtelijke ordening soms belemmerend werkt voor het realiseren van energiedoelen, bijvoorbeeld wanneer procedures vertragend werken. Tegelijkertijd kan de ruimtelijke ordening in sommige situaties ook het realiseren van energiedoelen beter mogelijk maken of versnellen. Tijdige ruimtelijke planvorming voor bijvoorbeeld de oplaadpunten kan helpen om de invoering van elektrisch rijden te versnellen.

Het is dan ook belangrijk dat nationale, regionale en stedelijke ruimtelijke visies aansluiten op klimaat- en energiedoelen. De studie 'Quickscan energie en ruimte - Raakvlakken tussen energiebeleid en ruimtelijke ordening' geeft een inventarisatie van de knelpunten in de ruimtelijke ordening bij de realisatie van de energiedoelen voor 2020, zoals beschreven in het beleidsprogramma 'Schoon en Zuinig'. Daarnaast geeft de studie een beeld van de kansen die de ruimtelijke ordening biedt om aan deze doelstellingen bij te dragen.

De belemmerende werking van ruimtelijke ordening

Ruimtelijke procedures lopen soms achter bij de ontwikkelingen en werken daardoor vertragend. Zo waren warmte- en koudeopslaginstallaties en ook installaties voor biovergisting al enige tijd op de markt maar nog onbekend bij instanties die een vergunning moesten verlenen. Ook zijn de betrokkenen in de ruimtelijke ordening (beleidsmakers, ontwikkelaars en anderen) vaak niet bekend met de nieuwe technieken en soms zijn ze ook wat terughoudend in het toepassen ervan. Verder blijkt dat de invoering van nieuwe energietechnieken soms vastloopt in ruimtelijke procedures, bijvoorbeeld bij lange inspraakrondes voor omwonenden. In enkele gevallen zijn de energiedoelen onverenigbaar met het ruimtelijke beleid. Je kunt bijvoorbeeld windturbines niet plaatsen nabij een luchthaven. Deze knelpunten treden lang niet altijd op en vaak zijn andere punten (bijvoorbeeld financiering) een grotere belemmering.

De versterkende rol van de ruimtelijke ordening 

Ruimtelijke plannen kunnen de realisatie van energiedoelen ook versnellen en beter mogelijk maken.

Ten eerste is duurzame energie gebaat bij ruimtelijke inbedding omdat voor allerlei technieken de omgeving en geografie heel belangrijk zijn. Tijdige ruimtelijke planvorming voor bijvoorbeeld de oplaadpunten kan helpen om de invoering van elektrisch rijden te versnellen. Ruimtelijke plannen, zoals een gebiedsvisie, dragen ook bij aan de communicatie over projecten met het publiek over het project (bijvoorbeeld een windmolenpark). De kans dat het project daardoor een groot maatschappelijk draagvlak krijgt, is groter.

Ten tweede sluiten soms de ruimtelijke doelen goed aan bij de energiedoelen. Zo kunnen energiemaatregelen in de gebouwde omgeving leiden tot meer comfort in gebouwen. Door extra isolatie en dubbelglas blijven temperatuur en luchtvochtigheid binnen comfortabele grenzen en nemen behaaglijkheid en gezondheid toe. En energiemaatregelen voor mobiliteit (elektrische auto's) verbeteren de luchtkwaliteit van binnensteden.

Vervolgonderzoek nodig

Hoe de energievoorziening er op de lange termijn in Nederland uitziet, is nog onzeker. Duidelijk is wel dat de veranderingen in energie al voor 2020 gevolgen hebben voor de inrichting van de ruimte. Na 2020 is de ruimtelijke impact waarschijnlijk nog veel groter. Deze studie geeft een eerste verkenning weer. Om een uitgebreider beeld te krijgen van de invloed van veranderingen op energiegebied op de ruimte is vervolgonderzoek nodig, vooral rond de thema's:

  • energie in de stedelijke omgeving
  • energie in het landschap
  • infrastructuur en energie
  • ruimtelijke inpassing van windenergie op de Noordzee
Figuur: schematische weergave van de distributie van energiedragers voor automobiliteit

Figuur: Distributie van energiedragers voor automobiliteit. Auto’s rijden nu vooral op fossiele brandstof. Daar wordt steeds meer biobrandstof bijgemengd. In de toekomst komen er meer auto's die rijden op elektriciteit of op waterstof. Dit heeft grote gevolgen voor de distributie van energie: extra buisleidingen en tankopslag voor waterstof, extra stroomkabels voor elektriciteit en veel meer oplaadpunten.