Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Samenvatting tweede Nederlandse Onderzoeksprogramma naar fijn stof (BOP)

Rapport | 28-05-2013
Foto van een auto uitlaat

Verhoogde fijnstofconcentraties (PM10) in de lucht zijn schadelijk voor de volksgezondheid. Om effectieve maatregelen te kunnen treffen, is het van belang om inzicht te hebben in de herkomst en de samenstelling van fijn stof. De laatste inzichten zijn nu in een overzicht samengevat. Verhoogde fijnstofconcentraties worden vooral veroorzaakt door menselijk handelen.

Uit het overzicht blijkt dat fijn stof in Nederland naast koolstof, vooral bestaat uit stikstof en zwavel: hun aandeel blijkt de helft groter te zijn dan eerder werd verondersteld. Fijn stof in de lucht afkomstig van menselijk handelen blijkt voor twee derde afkomstig uit het buitenland, en voor een derde uit Nederland. Om die reden zijn niet alleen nationale maar ook internationale maatregelen nodig om de fijnstofconcentratie te laten afnemen.

Bijdrage verkeer aan fijnstofconcentratie is beperkt

Van de bijdrage aan fijn stof uit Nederland zijn landbouw en verkeer de voornaamste bronnen voor de fijnstofemmissies. Als de bron 'verkeer' nader onder de loep wordt genomen, blijkt dat de bijdrage van lokaal verkeer aan fijn stof (PM10) relatief klein is in verhouding tot andere bronnen: de concentraties zijn rondom drukke straten en wegen ongeveer 15 procent hoger ten opzichte van de omgeving. Hierdoor zijn de mogelijkheden om de fijn stofconcentraties met lokale maatregelen te beïnvloeden beperkt.

Bijdrage verkeer aan uitstoot roet en zware metalen relevanter

Fijn stof bevat ook roet en zware metalen. Als op deze onderdelen wordt ingezoomd, blijkt verkeer wel een belangrijke bron te zijn: de concentraties roet en zware metalen zijn lokaal langs drukke straten en wegen in Nederland twee tot drie keer hoger. Roet komt uit de uitlaat van auto's en zware metalen komen vrij door slijtage van remschijven en banden. Dit inzicht biedt de mogelijkheid om de concentraties van deze componenten wel via gemeentelijk beleid te beïnvloeden. Dit is extra van belang omdat zowel het roet als de metalen waarschijnlijk gevaarlijker zijn voor de gezondheid dan andere componenten van fijn stof.

Onderzoeksprogramma’s ter verkleining van de onzekerheden rond fijn stof (BOP en BOP II)

De beleidsgeoriënteerde onderzoeksprogramma’s PM (BOP, 2007-2009 en BOP II 2010-2012) richtten zich op een vermindering van het aantal onzekerheden rond fijn stof ter ondersteuning van het fijnstofbeleid. Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) was trekker van de eerste versie en verzorgde de uitvoering ervan samen met ECN, TNO en RIVM. BOP II is het vervolgprogramma, hierin speelt het PBL een minder grote rol.

Auteur(s)van der Swaluw E, Denier van der Gon H, Hendriks C, Hoogerbrugge R, Matthijsen J, Keuken M, Schaap M, Weijers E, Wichink Kruit R
Publicatiedatum29-05-2013
Pagina's44
TaalEngels