Strijd om de plattelandswoning

01-08-2011 | Publicatie

De populariteit van landelijk wonen houdt aan, zo blijkt uit de woonvoorkeuren van consumenten en de prijsontwikkeling van woningen in plattelandsregio’s zoals het Groene Hart en de Utrechtse Heuvelrug. Aan de ene kant voelen kapitaalkrachtige burgers zich aangetrokken tot de rust, de ruimte en het groen van landelijke woonmilieus, aan de andere kant zoeken plaatselijke starters en ouderen betaalbare huisvesting. Het aantal geschikte woningen is echter beperkt. Tegen de verwachting in lijkt de strijd om die schaarse woningen op het platteland niet per se door de koopkrachtige stedeling te worden gewonnen.

Inkomensniveaus

Huishoudens die het platteland verlaten, hebben gemiddeld een lager inkomen dan het gemiddeld inkomen van de vertrekregio. Andersom hebben de nieuwkomers vanuit de stad gemiddeld een hoger inkomen dan het gemiddelde inkomen van de vestigingsregio. Ondanks deze selectieve verhuisstromen zijn er nauwelijks verschillen in de inkomensontwikkeling tussen plattelandsregio’s onderling of tussen plattelandsregio’s en stedelijke regio’s. De analyses wijzen ook niet op een geleidelijke verdringing van lokale bewoners door rijkere nieuwkomers op het platteland.

Restrictief beleid weinig invloed op bevolkingssamenstelling

Restrictief planologisch beleid lijkt niet van directe invloed op de bevolkingssamenstelling in populaire plattelandsgebieden. Daarmee is er geen aanleiding om het restrictief planologisch regime omwille van sociale beweegredenen te versoepelen. Wel blijft aandacht nodig voor kwetsbare groepen op de landelijke woningmarkt, zoals starters en ouderen, al is het maar om te voorkomen dat bepaalde plattelandsgebieden alleen nog maar worden bewoond door de happy few. Als gevolg van de ingezette decentralisatie komt het restrictief planologisch beleid vooral in provinciale en gemeentelijke handen te liggen.