Verkenning van de ruimte 2006

10-05-2006 | Publicatie

De invloed van de overheid op ruimtelijke ontwikkelingen is de afgelopen jaren flink afgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen worden steeds meer bepaald door het gedrag en de voorkeuren van bedrijven en burgers en steeds minder door het ruimtelijk beleid van de overheid. Tegelijkertijd neemt de rol van de rijksoverheid af doordat zij de ruimtelijke planning meer in handen heeft gelegd van provincies, gemeenten en marktpartijen. Vanwege publieke belangen en vanwege ongewenste effecten van decentralisatie, marktwerking en deregulering blijft er echter altijd behoefte aan een nationaal ruimtelijk beleid.

Invloed van overheid op ruimtelijke ontwikkelingen neemt af

In de studie staan de veranderingen rond het ruimtelijk beleid en de gevolgen voor de daadwerkelijke ruimtelijke ontwikkeling van Nederland centraal. De onderzoekers hebben hiervoor een analyse gemaakt van de ontwikkelingen op het gebied van woningmarkt, bedrijventerreinen en kantoorlocaties, detailhandel, mobiliteit en landelijk gebied.

Verschuivingen tussen overheid en markt in het ruimtelijk beleid

Het Nederlandse ruimtelijk beleid verschuift steeds meer van de publieke naar de private sector. Deze ontwikkeling wordt grotendeels veroorzaakt door maatschappelijke ontwikkelingen. Zo draagt de groei van het aandeel koopwoningen bij aan privatisering op de woningmarkt en heeft de groei van het aantal auto's het openbaar vervoer geheel overschaduwd. In de tweede plaats gaat het om door de overheid gestuurde ontwikkelingen. Met de Nota Ruimte uit 2004 heeft de rijksoverheid een beweging richting decentralisatie ingezet, ten gunste van provincies, gemeenten en markt. Ook is een duidelijke trend zichtbaar van deregulering, het verminderen van regels. Zo zijn op de woningmarkt de woningcorporaties verzelfstandigd en financieel losgemaakt van de overheid; in de detailhandel zijn de vestigingsregels geliberaliseerd; in het landelijk gebied zet de overheid steeds meer in op particulier natuurbeheer en worden de beperkingen voor het bouwen van woningen minder streng.

Effecten van de verschuivingen voor de ruimtelijke ontwikkeling

Het streven naar meer marktwerking en decentralisatie heeft ook een aantal niet geplande effecten gehad. Zo leiden deregulering en decentralisatie niet altijd tot meer marktwerking. Dit is bijvoorbeeld te zien bij het strenge beleid van sommige provincies ten aanzien van winkelvestigingen. Op de woningmarkt is de vergroting van marktwerking nog in volle gang, hetgeen veelal leidt tot een efficiëntere verdeling van woningen. Tegelijkertijd belemmeren de verzelfstandigde woningcorporaties eerlijke concurrentie omdat ze onder gunstiger voorwaarden kunnen opereren, ook op de huurmarkt van de huishoudens die niet van sociale huisvesting afhankelijk zijn.

Daarnaast leidt decentralisatie naar een te laag schaalniveau tot overheidsfalen en inefficiënt ruimtegebruik. Dit blijkt duidelijk bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Om bedrijven te werven bieden veel gemeenten grond aan tegen een lage prijs. Bij bedrijven is daardoor de werking van het prijsmechanisme bij de keuze tussen locaties verstoord. Dat leidt tot inefficiënt ruimtegebruik en een overaanbod aan bedrijventerreinen.

Tot slot maakt de huidige decentralisatiebeweging in het ruimtelijk beleid soms pijnlijk voelbaar dat bovenlokale of regionale afstemming ontbreekt. De decentralisatie leidt tot bestuurlijke versnippering, wat kan botsen met ruimtelijke vraagstukken die zich vaak manifesteren op bovenlokaal of nationaal niveau (wateropgave, Ecologische Hoofdstructuur).

Afwegingen in het ruimtelijk beleid politieke keuze

Het publieke belang kan de overheid redenen geven om in marktverhoudingen in te grijpen. Voor het ruimtelijk beleid onderscheiden de onderzoekers vier waarden die voor de langere termijn van belang zijn voor het ruimtelijk beleid: welvaart, sociale rechtvaardigheid, duurzaamheid en belevingswaarde. Het belang van die waarden wisselt. Zo is het accent de afgelopen jaren steeds meer komen te liggen op welvaart, ten koste van sociale rechtvaardigheid. Het ruimtelijk beleid is in toenemende mate in het teken komen te staan van economische groei en welvaartsbevordering. Dit heeft zich de afgelopen jaren vertaald in de nadruk op investeringen in de infrastructuur. Voorheen was vooral sociale rechtvaardigheid een belangrijke waarde bij het ruimtelijk beleid op het gebied van wonen. Nu speelt sociale rechtvaardigheid alleen nog een rol bij de stedelijke herstructurering, en daarnaast uiteraard in niet-ruimtelijke instrumenten als de individuele huursubsidie. In het landelijk gebied is het economisch en ruimtelijk belang van de landbouw afgenomen, waardoor er naast welvaartsbevordering ook meer ruimte ontstaat voor duurzaamheid als publiek belang. Belevingswaarde van stad, architectuur en landschap is als waarde in opkomst. Welke waarde in het ruimtelijk beleid accent verdient is uiteindelijk een zaak van publiek debat en politieke besluitvorming.

De rapporten en achtergrondstudies worden uitgegeven bij NAi Uitgevers te Rotterdam en zijn te bestellen via de boekhandel, telefonisch bij NAi Uitgevers (010 4401203) en via de website van het NAi.