PBL publiceert tussentijdse analyse over concept Regionale Energie Strategieën

01-10-2020 | Nieuwsbericht

In de achterliggende maanden hebben de energieregio’s een concept Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld. De regio’s tonen een grote bereidheid om bij te dragen aan het halen van het doel uit het Klimaatakkoord om in 2030 35 terawattuur (TWh) elektriciteit op te wekken uit zon en wind. Wel komen knelpunten naar voren, onder andere rond de capaciteit van het netwerk. 

Er liggen nog fundamentele keuzes op tafel over verantwoordelijkheden, financiering en regelgeving. Keuzes die niet alleen bij de regio’s liggen maar ook bij andere partijen - niet in het minst bij het Rijk. Alle RES’en onderstrepen het belang van een ‘eerlijke verdeling van lusten en lasten’. Het organiseren van bestuurlijk draagvlak en het creëren van maatschappelijke betrokkenheid verkeren nog in een beginstadium.

Tussentijdse analyse

Dat zijn enkele van de waarnemingen van het PBL in een tussentijdse analyse van de concept Regionale Energie Strategieën (RES'en). Het PBL heeft de (voorlopige) concept RES’en bestudeerd die begin juni 2020 openbaar waren. Ondanks de impact van corona, is het met een ruimere planning bijna alle energieregio’s gelukt om rond de oorspronkelijke deadline te publiceren. De tussentijdse analyse dient ertoe om betrokkenen zicht te geven op wat nodig kan zijn om tot een goede RES te komen. De tussentijdse analyse biedt een spiegel op nationaal niveau op basis van de individuele RES’en. De analyse levert geen kwantitatieve doorrekening en geen benchmark of beoordeling per regio.

Het PBL heeft naar de concepten gekeken vanuit de thema’s die de handreiking van het Nationaal Programma RES benoemt: elektriciteit, Regionale Structuur Warmte, ruimtegebruik, energiesysteemefficiëntie en bestuurlijk draagvlak en maatschappelijke betrokkenheid.

Hoog bod vanuit regio’s overtreft ruimschoots doel van 35 TWh

De totstandkoming van de RES’en is een proces van onderop. Opvallend is dat het opgetelde bod van regionale ambities het nationale doel van 35 TWh ruimschoots overschrijdt en op ongeveer 50 TWh uitkomt. De nu aangeleverde RES’en zijn voorlopige concepten. Er zullen nog veel keuzes gemaakt moeten worden, zoals over de uiteindelijke verdeling tussen zon en wind. Voor zover het gaat om nieuwe ambities, bovenop de huidige productie en productie op grond van een subsidiebeschikking (SDE+), lijken veel regio’s de voorkeur te geven aan zon. De voorkeuren van regio’s voor kleinschalige, ruimtelijk gemakkelijker inpasbare installaties zijn vaak niet het meest kostenefficiënt qua netwerk, technologie en omvang. 

Regio’s zijn ook gestart met de Regionale Structuur Warmte, maar de uitwerking ervan wacht veelal nog op de gemeentelijke warmteplannen. Die worden uiterlijk in 2021 door de gemeentes vastgesteld.

Ruimtelijke uitwerking vraagt nog veel aandacht

Alle regio’s geven in hun concept-RES aandacht aan het ruimtegebruik. De mate van uitwerking verschilt sterk tussen regio’s en deelregio’s. De ruimtelijke consequenties van een RES zijn in de meeste gevallen nog niet zichtbaar. Soms zijn zoekgebieden ruim gekozen en vaag omgrensd. Ruimtegebruik beperkt zich vaak tot het ‘inpassen’ van energie-installaties in zoekgebieden. Over ruimtelijke belangen die regiogrenzen overschrijden, zoals bij Natura 2000-gebieden, is bovenregionale afstemming nodig.

RES’en stellen capaciteit elektriciteitsnetwerk op de proef

Regionale netbeheerders hebben voor de meeste RES’en netimpactanalyses gemaakt. In vrijwel alle regio’s zijn knelpunten in het netwerk gesignaleerd. Hierbij speelt onder andere de voorkeur van veel regio’s voor zon boven wind een rol. Regio’s en netbeheerders zoeken naar passende oplossingen, maar afspraken over kosten en over prioritering bij een chronisch tekort aan capaciteit op het netwerk zijn nog niet gemaakt.

Bestuurlijk draagvlak en maatschappelijke betrokkenheid in beginstadium

Alle regio’s geven aandacht aan participatie en lokale inbreng, maar op heel verschillende manieren. Regio’s zijn onzeker over wat het beste moment is om burgers te laten participeren. Vaak is die participatie pas later in het proces voorzien, bijvoorbeeld op een moment dat zoekgebieden voldoende concreet zijn om erover in gesprek te gaan. De voorlopige concept-RES is ook nog niet altijd formeel voorgelegd aan besluitvormende organen, zoals gemeenteraden. Wel zijn gemeenteraden op allerlei manieren geïnformeerd en zijn zij soms al akkoord gegaan met eerdere kaderstellende documenten (startdocumenten, oudere energieakkoorden).

Monitor concept-RES door het PBL 1 februari 2021 beschikbaar

Vanaf 1 oktober gaat het PBL de dan beschikbare netimpactanalyses en alle dertig concept RES’en analyseren voor de Monitor concept-RES. Dit eindrapport richt zich vooral op het nader kwantificeren van doelbereik in het licht van de vele onzekerheden. Het eindrapport zal uiterlijk 1 februari 2021 gepubliceerd worden.