PBL: toelichting op raming kosten verduurzaming woningen

13-02-2020 | Nieuwsbericht

‘Er is discussie over de kosten van verduurzaming van woningen. Wij begrijpen dat burgers en corporaties zich zorgen maken over die kosten. In de analyse voor het Klimaatakkoord hebben wij gekeken naar de extra kosten voor de samenleving als geheel. Als we deze kosten op basis van actuele gegevens en inzichten opnieuw zouden berekenen, verwachten we dat de nationale kosten slechts enkele procenten hoger zullen uitkomen. Maar wat de feitelijke kosten voor burgers en corporaties uiteindelijk worden, zal afhangen van bijvoorbeeld subsidieregelingen en toekomstige efficiencyverbeteringen in de bouwsector’, stelt PBL-directeur Hans Mommaas.

Verschil in perspectief

Het PBL heeft van het Klimaatakkoord de nationale kosten berekend, terwijl Aedes uitgaat van de kosten voor de woningeigenaar. Er is verschil tussen de kosten voor de samenleving als geheel, die PBL berekent, en de zogeheten eindgebruikerskosten die Aedes hanteert. Om een voorbeeld te noemen: BTW is voor Nederland als geheel geen kostenpost, maar een overheveling van geld van de een (in dit geval de woningeigenaar) naar de ander (de overheid). Daarom zit de BTW niet in de nationale kosten zoals berekend door het PBL.

Daarnaast analyseert het PBL de meerkosten ten gevolge van klimaatmaatregelen, terwijl Aedes kijkt naar alle kosten van voorgenomen renovaties. Kosten die niet zijn meegenomen door het PBL zijn bijvoorbeeld de kosten die de woningcorporaties toch al maken bij een renovatie, zoals het tijdelijk verhuizen van mensen en het plaatsen van steigers. Ook gaat de PBL-raming ervan uit dat de cv-ketels vervangen worden door een andere warmtevoorziening op het moment dat de cv-ketel toch vervangen zou moeten worden. Daarom heeft het PBL alleen de hogere kosten van de nieuwe warmtevoorziening meegenomen in de raming.

Ten slotte zijn enkele kleinere kosten niet meegenomen in de PBL-raming. Mogelijk zijn bijvoorbeeld de verhuiskosten door de verduurzaming van een woning iets hoger dan zonder verduurzaming, omdat de renovatie langer duurt. Die kosten zijn in de berekening niet meegenomen, maar dit past binnen de bandbreedte die het PBL eerder heeft aangegeven.

PBL neemt nieuwe gegevens mee later dit jaar

Het PBL heeft in 2019 voor het Klimaatakkoord gerekend met de toen bekende, meest actuele gegevens. Ook zijn consultaties gehouden (waaronder met Aedes) om alle onderliggende kostenaannames opnieuw tegen het licht te houden. Die input heeft geleid tot kleine aanpassingen in bijkomende kosten die gemaakt worden bij het aanbrengen van energiebesparende maatregelen. In de update worden dus geen nieuwe kostenposten meegenomen, maar alleen geactualiseerde kostenniveaus. Zowel in de vorige als de huidige kostencijfers zijn ook winst en risico meegenomen, evenals aanvullende kosten.

Naast nieuwe kostenkengetallen rekent het PBL ook op basis van een nieuw WoON 2018 onderzoek, waarin geüpdatete gegevens over de technische staat van Nederlandse woningen zijn te vinden. Deze nieuwe gegevens zullen gebruikt worden voor analyses van eindgebruikerskosten die later dit jaar beschikbaar komen. Bij die analyses wordt ook Aedes geconsulteerd.

Het PBL verwacht dat de nationale kosten slechts enkele procenten zouden toenemen als deze nu op basis van actuele gegevens en inzichten zouden worden berekend.

Kosten voor woningeigenaren

Mommaas: ‘We begrijpen dat burgers en corporaties zich zorgen maken over de kosten die zij zullen moeten maken voor de warmtetransitie. Woningeigenaren kijken niet naar nationale kosten, maar naar wat ze in hun eigen portemonnee voelen. Voor hen zijn de extra kosten (bijvoorbeeld van BTW) reële kosten. In hoeverre de verduurzaming van woningen écht tot hogere kosten voor hen gaat leiden, zal afhangen van onder meer subsidieregelingen en efficiencyverbeteringen in de bouwsector.’