Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Inpassing duurzame energie dagelijkse leefomgeving van burgers verdient meer beleidsaandacht

Nieuwsbericht | 27-06-2019

Zo’n 10 jaar geleden heeft de Rijksoverheid als nationale doelstelling gesteld dat in 2020 6.000 megawatt (MW) moet worden opgewekt door windmolens op land. In deze studie kijkt het PBL vanuit een ruimtelijk perspectief terug op hoe dit beleid heeft doorgewerkt in concrete windparkprojecten. Wat kunnen we leren van deze ervaringen? En hoe kunnen de lessen gebruikt worden bij de uitvoering van het huidige beleidsproces, bijvoorbeeld het Klimaatakkoord, de Regionale Energiestrategieën en de Nationale Omgevingsvisie?

Belangrijkste conclusie uit deze ex-post evaluatie is dat de overgang naar een duurzame energievoorziening een dubbele opgave is: enerzijds de opgave om de nationale doelstelling van meer duurzame energie te realiseren in Nederland en tegelijkertijd de opgave om duurzame energie een betekenisvolle plek te geven in de dagelijkse leefomgeving van mensen. Wil de energietransitie op de lange duur succesvol zijn, dan zijn beide opgaven belangrijk en verdient inpassing in de ruimtelijke leefomgeving meer beleidsaandacht. Hoe wordt duurzame energie een dagelijks, vanzelfsprekend en betekenisvol onderdeel van onze leefomgeving?

Rol voor alle overheidslagen

In deze studie zijn de ervaringen van de Rijksoverheid en 4 provincies (Friesland, Drenthe, Noord-Holland en Zuid-Holland) met het maken van beleid voor wind-op-land en het uitvoeren van windprojecten vergeleken. Daaruit blijkt dat de dubbele opgave geldt voor alle overheidslagen in Nederland; op alle overheidsniveaus moet de discussie worden gevoerd over de plek (letterlijk en figuurlijk) die duurzame energie in de leefomgeving zal gaan innemen, en over de manier waarop de gebruikers van deze leefomgeving bij deze veranderingen kunnen worden betrokken. Over het algemeen lijken hogere overheden zich verantwoordelijker te voelen voor de eerste opgave (duurzame energievoorzieningen) dan voor de tweede (goede ruimtelijke inpassing en begrip), terwijl bij lagere overheden meer oog is voor lokale omstandigheden.

Ruimtelijke kwaliteit

Hoewel de doelstelling voor wind-op-land voornamelijk vanuit het energie- en klimaatprogramma werd bepaald, vindt de uitvoering in belangrijke mate plaats via de ruimtelijke ordening. Ruimtelijke ordening is meer dan een middel om ruimte te vinden voor wind-op-land; het betreft een evenwichtige afweging van alle belangen, waaronder duurzame energie.

Centraal staat de vraag: hoe organiseren we de maatschappelijke afweging van wat de beste functie is op deze specifieke plek? Gemeenschappen moeten daarbij zelf een ‘eigen verhaal’ kunnen ontwikkelen over de plaats die duurzame energie in de gemeente of regio kan innemen. In dit verband is het voornemen om via regionale energiestrategieën (RES) te komen tot afspraken over de realisering van duurzame energie een goede aanzet. Dit vereist wel een bredere procesaansturing dan louter via projecten, omdat de weging met betrokkenen besproken moet worden.

 

Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met PBL-woordvoerder Marlies Hanifer, marlies.hanifer@pbl.nl of 06-25052271