Verduurzaming akker- en tuinbouw vraagt om heldere koers
De Nederlandse akker- en tuinbouw staat voor grote uitdagingen zoals het verminderen van de emissies naar het water en het verbeteren van de biodiversiteit in het boerenland. Volgens de PBL-publicatie Uitdagingen voor de akker- en tuinbouw kunnen boeren dat alleen in samenwerking met overheden, afnemers en toeleveranciers. Een gedragen langetermijnvisie om de doelen te halen is urgent. Een gemeenschappelijke duurzaamheidsstandaard kan het makkelijker maken om te komen tot langetermijnafspraken voor beloningen van milieu- en natuurprestaties.
Een randvoorwaarde bij de verduurzaming is dat de landbouw voldoende en gezond voedsel blijft produceren, zeker in het licht van recente geopolitieke ontwikkelingen en de toenemende kwetsbaarheid door klimaatverandering. Tegelijkertijd is er een toenemende vraag naar producten voor de biobased economy, willen burgers een aantrekkelijk en leefbaar platteland en moet er voor boeren een fatsoenlijke boterham te verdienen zijn.
Intensieve teelten
In de akkerbouw zijn de gewasopbrengsten per hectare sinds 1950 meer dan verdubbeld. Landbouwgrond werd intensiever gebruikt en optimaal voor productie ingericht. Gewassen zoals pootaardappelen, uien en bloembollen leveren relatief veel geld op, maar vergen ook veel bodembewerking en ze worden intensief bespoten. Gewassen die passen in een duurzaam landbouw- en voedselsysteem, zoals vezelgewassen voor de circulaire bouw en eiwitgewassen, zijn financieel minder aantrekkelijk. De overheid ondersteunt deze teelten met subsidies, maar deze kennen geen langjarig karakter.
Akker- en tuinbouw loopt tegen grenzen aan
Verduurzaming is niet alleen nodig om de effecten van de akker- en tuinbouw op de biodiversiteit en de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit te verminderen. Ook de sector zelf loopt tegen grenzen aan. Zo zijn er door aangescherpte EU-regelgeving steeds minder gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar voor de bestrijding van ziekten en plagen. Dit kan ertoe leiden dat plaagorganismen op den duur resistent worden voor deze middelen. Boeren moeten dan op zoek naar alternatieven. Bovendien ondervindt de huidige akker- en tuinbouw in toenemende mate last van droogte- en natschade door klimaatverandering. Boeren vangen droogteschade nu op door te beregenen, maar de waterbeschikbaarheid neemt af. Vanwege al deze ontwikkelingen zien veel boeren de noodzaak om te verduurzamen. Ze lopen hierbij echter tegen barrières op, bijvoorbeeld omdat het in het huidige landbouwsysteem moeilijk is om de meerprijs voor duurzame producten in rekening te brengen.
Technologische of natuurinclusieve akkerbouw
In het debat over de toekomst van de landbouw worden technologische en natuurinclusieve oplossingen vaak tegenover elkaar geplaatst. In werkelijkheid is een combinatie van beide noodzakelijk. Zo kunnen technologische maatregelen bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit. Denk daarbij aan precisielandbouw en maatregelen die het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater verminderen. Maar voor de bescherming van plant- en diersoorten die afhankelijk zijn van het boerenland is het ook noodzakelijk om heggen, bosschages en akkerranden aan te leggen en om bloeiende gewassen zoals eiwitgewassen in het bouwplan op te nemen.
Samenwerking tussen overheid en private sector nodig; overheid kaderscheppend
Boeren kunnen alleen in samenwerking met de overheid en private partijen de stap naar een duurzame landbouw maken. In deze samenwerking is de overheid aan zet om een realistische langetermijnvisie te maken op de doelen die het met regelgeving en subsidies wil gaan bereiken. Voor boeren is continuïteit in regelgeving en subsidies belangrijk om investeringen in nieuwe technieken of teelten terug te kunnen verdienen. Overheden en private partijen kunnen samen werken aan een gemeenschappelijke duurzaamheidsstandaard, zoals eerder voorgesteld in het concept-Landbouwakkoord. Wijzigingen in het EU-recht bieden daar meer ruimte voor. Ten slotte is het wenselijk dat boeren beloningen uit verschillende (private en publieke) bronnen kunnen combineren. Om daarbij tot een aantrekkelijk en effectief totaalpakket te komen, zullen overheden en private partijen nauw moeten samenwerken.
Nico van Maaswaal Droneart_N