Aan de slag met de nieuwe WLO voor mobiliteitsbeleid

Verkenning gevoeligheid MKBA-posten reistijdbaten en CO2-baten

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat schrijft een werkinstructie  over het gebruik van de Welvaart en Leefomgeving-scenario’s (WLO) in maatschappelijke kosten-baten analyses (MKBA’s). In dit rapport onderzoekt PBL hoe gevoelig de maatschappelijke baten zijn voor het gebruikte omgevingsscenario.

Blik op de A15 bij Rotterdam Zuid

De nieuwe WLO (PBL 2025) bevat vier omgevingsscenario's die de toekomstige ontwikkeling van Nederland beschrijven in 2040, 2050 en 2060. De vier WLO-scenario’s omspannen een aantal mogelijke ontwikkelingen: ze vormen een bandbreedte waarmee de relevante onzekerheden voldoende recht wordt gedaan. Ze verschillen in de mate van groei (lage economische groei versus hoge economische groei) en in de snelheid van de transitie naar klimaatneutraliteit (snelle transitie versus vertraagde transitie). 

Het ministerie heeft PBL gevraagd of het essentieel is om bij gebruik van de WLO in Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)-verkenningen alle vier de scenario’s te gebruiken. Om die vraag te beantwoorden is het belangrijk om te weten hoe gevoelig de maatschappelijke baten voor het gebruikte omgevingsscenario zijn. Dit onderzoek geeft meer inzicht in deze vraag door middel van een gedeeltelijke MKBA-analyse waarin we reistijdbaten en CO2-baten berekenen. Als casus voor deze MKBA kiezen we voor een pakket van weguitbreidingen en ook het effect van aanpassing van de autobelastingen. In dit rapport beschrijven we de resultaten van onze analyse.

Uit onze analyse blijkt dat voor weginfrastructuurprojecten het niet nodig is om alle vier de WLO-scenario’s te gebruiken als het gaat om de baten van reistijd en CO2. Hoog Snel en Laag Vertraagd geven een prima bandbreedte van de reistijdbaten. Ook voor de CO2-baten geven Hoog Snel en Laag Vertraagd veelal een goede bandbreedte. 

De CO2-prijs bij Laag Snel is weliswaar hoger, maar de snellere verduurzaming van het personenautoverkeer leidt ertoe dat het CO2-effect in vergelijking met Laag Vertraagd veel kleiner is. De CO2-uitstoot van extra autoverkeer neemt door de elektrificatie en bijmenging in tijd sterk af. Dat betekent dat voor een goede raming van de CO2-baten van een maatregel, het effect in de tijd moet worden berekend en niet makkelijk kan worden geïnterpoleerd of geëxtrapoleerd.

De analyse laat verder zien dat in deze casus het niveau van autobelastingen een substantieel effect heeft op de reistijdbaten van weginfrastructuur. Aangezien het niveau van autobelastingen in de toekomst onzeker is, is het nodig om de impact van deze onzekerheid op de MKBA mee te nemen met behulp van een gevoeligheidsanalyse. Tenslotte laat de analyse zien dat een groot deel van de reistijdbaten in de MKBA na 2060 optreden. Daarom bevelen we een verkeersdoorrekening voor 2050 of 2060 aan. De conclusie van het onderzoek is dat we geen aanleiding zien om meer dan twee WLO-scenario’s te gebruiken bij MIRT-verkenningen, maar we bevelen wel een gevoeligheidsanalyse met trendmatig niveau van autobelastingen wel aan.

Auteurs

PBL Auteurs
Hans Hilbers Maarten 't Hoen
Overige auteurs
Dick Bakker

Kenmerken

Publicatietitel
Aan de slag met de nieuwe WLO voor mobiliteitsbeleid
Publicatiesubtitel
Verkenning gevoeligheid MKBA-posten reistijdbaten en CO2-baten
Publicatiedatum
18 oktober 2026
Publicatie type
Rapport
Aantal pagina's
26
Publicatietaal
Nederlands
Productnummer
6233