De bijdrage van bijproducten op de duurzaamheid van biobrandstoffen

02-04-2010 | Publicatie

Grondstoffen voor de productie van bio-energie, zoals bijvoorbeeld koolzaad of tarwe, leveren dikwijls veevoer als bijproduct op. Hierdoor is op andere plaatsen minder land nodig voor de teelt van veevoer. Dat kan leiden tot minder omzetting van natuur in landbouwgrond. De productie van biobrandstoffen gaat dan gepaard met minder negatieve indirecte effecten.

Bijproduct kan negatieve indirecte effecten bio-energie beperken

De teelt van gewassen voor bio-energie op landbouwgrond leidt tot verplaatsing van de teelt van voedselgewassen en tot de omzetting van natuur in landbouwgrond elders. Sommige gewassen voor bio-energie leveren veevoer als bijproduct op en dit heeft invloed op de mondiale veevoermarkt. Deze bijproducten kunnen andere veevoerproducten vervangen. In die gevallen kan het landgebruik voor de veevoerproductie, zoals de sojateelt, worden beperkt. Als deze besparing op landgebruik wordt meegenomen, kan het netto landgebruik voor biobrandstoffen uit koolzaad of tarwe 50 tot 100 procent lager uitkomen.

Toch blijft het landgebruik substantieel en daardoor kan er een aanzienlijk indirect effect op de uitstoot van broeikasgas optreden. Berekeningen van deze indirecte effecten blijken echter gevoelig voor veronderstellingen over opbrengsten van tarwe, koolzaad en soja. Bovendien verschillen de indirecte effecten op de uitstoot van broeikasgassen sterk per regio (bij de veronderstelling dat koolzaad en tarwe worden geteeld in Europa en soja in Zuid-Amerika).

De notitie 'Indirecte effecten van biobrandstoffen: intensivering in de landbouw' is een verdere uitwerking van het rapport 'Identificatie van de indirecte effecten van de productie van bio-energie', dat eerder verscheen.

Meer informatie

Deze publicatie is uitsluitend digitaal beschikbaar.