Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

De ene forens is de andere niet: een analyse van twee decennia woonwerkverplaatsingen

Artikel | 22-11-2018

Deze paper beschrijft de veranderingen in het ruimtelijk patroon van het woon-werkverkeer in de afgelopen twintig jaar voor verschillende categorieën woon-werkverplaatsingen tussen gemeenten en binnen en tussen regio’s. Ook wordt beschreven hoe de veranderde samenstelling van de beroepsbevolking met betrekking tot opleidingsniveau, voltijd- of deeltijdaanstelling en geslacht heeft geleid tot veranderde ruimtelijke patronen in woon-werkverplaatsingen. In 2019 voert het PBL een project uit naar functionele relaties waarvan hier de eerste resultaten worden gepresenteerd.

De stedelijke regio staat in het centrum van de belangstelling. In het kader van de discussie over de toekomstige verstedelijking is er behoefte aan feiten en cijfers over functionele samenhang in stedelijke regio’s en netwerken.

Groei gemiddelde woonwerkafstand los van samenstelling beroepsbevolking

Aan de hand van de woonwerkverplaatsingen in 22 jaargangen van de mobiliteitsenquêtes (OVG, MON en Ovin) is gekeken naar de ontwikkeling van de woonwerkafstand: deze is gemiddeld toegenomen van 14,8 naar 18,5 kilometer. Vervolgens zijn de verschillen geanalyseerd in pendelgedrag tussen verschillende groepen naar opleiding, geslacht en voltijd of deeltijd. Deze verschillen zijn groot en nemen toe. Er vinden grote verschuivingen plaats tussen de groepen in het woon-werkverkeer: de aandelen hoog- en middelbaar opgeleiden nemen sterk toe net als de aandelen vrouwen en deeltijdwerkers. De effecten van deze ontwikkelingen op de gemiddelde woonwerkafstand compenseren elkaar grotendeels. De toename van de gemiddelde woon-werkafstand staat dus los van de verandering in de samenstelling van de beroepsbevolking.

Rekening houden met effecten bereikbaarheidsmaatregelen voor verschillende groepen

Ook zijn er grote verschillen tussen deze groepen wat betreft hun ruimtelijke spreiding en dat heeft invloed op de ruimtelijke patronen van het woon-werkverkeer. We zien dat het stedelijk systeem op verschillende schaalniveaus functioneert. Voor verschillende groepen zijn verschillende verbindingen van belang. Maatregelen om de bereikbaarheid te verbeteren kunnen voor verschillende groepen, en voor verschillende delen van de economie, heel verschillend uitpakken. Voor het beleid is het van belang om zich rekenschap te geven van deze verschillen.

Auteur(s)Jan Ritsema van Eck, Hans Hilbers
Publicatiedatum22-11-2018
PublicatieBijdrage aan het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 22 en 23 november 2018, Amersfoort