De LandStad

04-10-2005 | Publicatie

De woonwensen van mensen zijn tot nu toe onvoldoende gerealiseerd. Veel mensen zouden graag landelijk wonen, zij het met de stad, en al haar voorzieningen, onder handbereik. Het is de vraag of de gerealiseerde (Vinex)nieuwbouw tegemoet komt aan deze omvangrijke behoefte aan ruime, groene en rustige woonomgevingen in de nabijheid van de stad. Deze landstedelijke woningen blijken nog altijd schaars te zijn.

Grote behoefte aan landstedelijke woningen

De Vinex-uitbreidingen van de afgelopen tien jaar hebben gedeeltelijk in de kwantitatieve behoefte aan woningen voorzien. Of ze ook tegemoetkomen aan de bestaande kwalitatieve vraag naar ruime, groene en rustige woonomgevingen in de nabijheid van de stad, is echter de vraag. De grote behoefte aan groene woonmilieus in de stad, of in haar nabijheid, heeft ertoe geleid dat we in Nederland niet alleen kunnen spreken van een kwantitatief, maar vooral van een kwalitatief woningtekort.

Daarbij komt dat landstedelijke woonmilieus tot nu toe niet of nauwelijks gerealiseerd zijn, doordat de overheid het bouwen in het buitengebied lange tijd heeft tegengehouden uit zorg voor het landschap en de open ruimte.

Landstedelijk wonen kan zonder schade aan landschap

De auteurs laten zien dat best kan worden tegemoet gekomen aan de vraag naar landstedelijke woonmilieus zonder dat dit ten koste gaat van het landschap rondom de steden, zoals zo vaak wordt gevreesd. Integendeel zelfs. Ze laten zien dat nieuwe woonmilieus in de omgeving van de steden heel goed kunnen aansluiten bij de karakteristieken van dat landschap. Het roept de vraag op of niet juist de grote uitleglocaties van de steden in het afgelopen decennium het landschap rond de steden hebben aangetast.

Om te kunnen aansluiten bij de omgeving is het noodzakelijk dat ontwerpen van nieuwe landstedelijke woonmilieus uitgaan van het bestaande landschap. Dit landschap kan geleidelijk worden aangevuld met kleine bebouwingskorrels, waarin naast woningen ook groen, water en andere functies kunnen worden opgenomen. Op die manier hoeft het karakter van het landschap niet wezenlijk te worden aangetast, hoeven de natuurlijke, geleidelijke veranderingen in het landschap niet te worden verstoord, en hoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Locatie, ontwerp en realisatie kunnen echter niet los van elkaar worden gezien. Wat op de ene plek passend is, hoeft dat op een andere plek niet te zijn. En wat op de ene plek een gunstig financieel resultaat oplevert, hoeft dat op een andere plek niet te doen.

Dergelijke landstedelijke woonmilieus kunnen overigens ook binnen de steden worden ontwikkeld. Denk bijvoorbeeld aan de herstructurering van bestaande woonwijken, maar ook aan herbestemming van (voormalige) haven- en/of industrieterreinen. Het is in sommige gevallen misschien duur maar in alle gevallen duurzaam, omdat op deze manier nieuwe groene woon- en verblijfskwaliteiten worden toegevoegd aan het bestaande stedelijke landschap.

Mogelijkheden

Landstedelijke woonmilieus kunnen worden ontwikkeld rondom alle grote Nederlandse steden of stedelijke agglomeraties. De verkenningen van het Ruimtelijk Planbureau geven aan dat er een oppervlakte beschikbaar is van op zijn minst 160.000 hectare aan potentiële locaties voor landstedelijke woonmilieus. Op een dergelijke oppervlakte zouden, uitgaande van een toevoeging van gemiddeld één woning per twee hectare, zo'n 80.000 woningen kunnen worden opgenomen, zonder dat daarmee het bestaande landschappelijke beeld wordt verstoord. Daarmee zou grofweg in de helft van de bestaande vraag naar landstedelijk wonen kunnen worden voorzien.

Om dergelijke landstedelijke woonmilieus te realiseren zijn wel nieuwe constructies nodig, bijvoorbeeld voor planning, financiering en ontwikkeling. Om kleinschalige ontwikkelingen mogelijk te maken zijn nieuwe planologische en juridische kaders nodig, met grotere vrijheden op verschillende ruimtelijke schaalniveaus. Het vraagt tevens om een iteratieve wijze van planning, waarbij het tekenen (ontwerp) en het rekenen (de financiën) elkaar constant afwisselen totdat een optimaal resultaat is bereikt.

Voordelen

Het op deze manier ontwikkelen van landstedelijke woonmilieus levert grote voordelen op. In de eerste plaats wordt zo tegemoetgekomen aan de evidente vraag naar landstedelijk wonen. In de tweede plaats kan door middel van deze woningbouw de ontwikkeling van landschap en natuur financieel worden ondersteund. In de derde plaats wordt de planningsdoctrine van de compacte stad niet verlaten. En tot slot levert het voordelen op voor de steden, die zo midden- en hogere inkomensgroepen kunnen blijven binden.

Aanvullende documentatie

De rapporten worden uitgegeven bij NAi Uitgevers te Rotterdam en zijn te bestellen via de boekhandel, telefonisch bij NAi Uitgevers (010 4401203) en via de website van het NAi.