Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Effect voorstel CO2-heffing GroenLinks

Rapport | 18-06-2019

Op verzoek van GroenLinks heeft het PBL het effect geanalyseerd van een voorstel tot introduceren van een CO2-heffing in Nederland. Het voorstel betreft een in de tijd oplopende heffing op de CO2-uitstoot van ETS bedrijven met uitzondering van elektriciteitsbedrijven, die door GroenLinks in twee varianten is uitgewerkt.

De analyse is gericht op het effect van het voorstel op de broeikasgasemissies in Nederland, en op het effect in de industrie in het bijzonder. Ook is gekeken naar de bijbehorende nationale kosten. Vanwege een vereenvoudigde aanpak en het ontbreken van specifieke details van het voorstel geeft de analyse slechts een indicatief beeld van de verwachte effecten.

Conclusie van de analyse is dat de CO2-heffing naar verwachting zal leiden tot reductie van de industriële uitstoot in Nederland met 14 – 20 megaton (variant 1) respectievelijk 18 – 26 megaton (variant 2). Het indicatieve doel voor de industrie in het klimaatakkoord van 14,3 megaton reductie wordt daarmee naar verwachting (ruim) bereikt. Het grootste gedeelte van deze reductie komt door het nemen van technische maatregelen bij de bedrijven. De nationale kosten van deze maatregelen in 2030 zijn geraamd op 230 – 370 miljoen (variant 1) respectievelijk 780 -920 miljoen euro (variant 2).

Een beperkter, maar significant, deel (6-18%, resp 6-19%) van de emissiereductie komt doordat de heffing zal leiden tot verplaatsing van industriële productieactiviteiten naar het buitenland. Verplaatsing leidt ertoe dat dit deel van de in Nederland geboekte milieuwinst in het buitenland teniet wordt gedaan. De weglek kan hoger uitvallen in verband met geconstateerde risico’s op beslissingen van grote energie-intensieve bedrijven over de productieomvang in Nederland, die vanwege hun discrete karakter moeilijk kunnen worden meegewogen.

Het nemen van technische reductiemaatregelen in de industrie leidt tot extra elektriciteitsvraag, die – afhankelijk van de productiewijze - deels in Nederland en deels elders tot extra uitstoot kan leiden. Hierdoor kan de milieuwinst in Nederland en op mondiale schaal per saldo verder verkleinen. Verplaatsing van industriële activiteiten leidt tot kleinere elektriciteitsvraag in Nederland, maar elders juist tot meer. De extra uitstoot in Nederland is geraamd op 0 – 1 Mton (variant 1) respectievelijk 0,5 – 3 Mton (variant 2). De extra uitstoot door elektriciteitsopwekking op wereldschaal is niet bepaald, maar kan significant zijn. De nationale kosten die met de productie en transport van deze extra elektriciteitsvraag gemoeid zijn bedragen 50 – 150 miljoen (variant 1) respectievelijk 150 – 350 miljoen (variant 2) euro in 2030.

Auteur(s)Michiel Hekkenberg, Jan Ros, Corjan Brink, Robert Koelemeijer, Paul Koutstaal
Rapportnr.3715
Publicatiedatum18-06-2019
Pagina's26
TaalNederlands