Herziening regelgeving verkeersgeluid snelwegen

15-03-2011 | Publicatie

Om de sluipende toename van verkeersgeluid vanaf snelwegen en spoor tegen te gaan, is er een nieuw wetsvoorstel voor verkeersgeluid opgesteld. Deze nieuwe regelgeving werkt met 'geluidproductieplafonds'. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft gekeken welke effecten met de voorgestelde nieuwe regelgeving voor de snelwegen tot 2020 te verwachten zijn.

Deze publicatie is een aanvulling op het in 2009 verschenen rapport Herziening regelgeving verkeersgeluid snelwegen - een ex-ante evaluatie. De actualisatie is uitgebracht vanwege tegenvallende ontwikkelingen van het feitelijke verkeersgeluid en doordat nu wordt voorgesteld minder vergaande geluidsmaatregelen te eisen dan in de regelgeving zoals die in 2009 door het PBL is beoordeeld.

Voorgestelde regelgeving gaat sluipende toename van verkeersgeluid tegen

De voorgestelde nieuwe regelgeving voor het geluid van het verkeer op snelwegen gaat sluipende toename van verkeersgeluid tegen door een jaarlijkse toetsing van de geluidbelasting aan 'geluidproductieplafonds'. Gekeken wordt of het geluid het maximaal toegestane niveau op een bepaalde locatie niet overschrijdt. In de bestaande regelgeving wordt het geluid alleen begrensd bij fysieke wijzigingen aan de weg, bijvoorbeeld als de weg wordt uitgebreid met een extra rijbaan. Nadeel van deze laatstgenoemde methode is dat het toegestane geluid na verloop van tijd sluipend kan toenemen, bijvoorbeeld omdat er meer verkeer is dan verwacht

Tegenvallende ontwikkelingen

Recent is gebleken dat het geluidreducerende effect van ZOAB (wegdek met een hoog percentage holle ruimte) over de hele levensduur bezien minder is dan tot nu toe werd verondersteld en dat de geluidproductie van auto's waarschijnlijk wordt onderschat. Het ministerie van I en M heeft aangegeven dat bij de berekening van de geluidproductieplafonds wordt uitgegaan van de werkelijke geluidsbelastingen. Dat betekent dat bij invoering van de geluidproductieplafonds met deze tegenvallers rekening wordt gehouden.

Indien pas later met deze tegenvallers rekening zou worden gehouden, zijn extra maatregelen nodig om die de tegenvallers te compenseren. Het PBL heeft berekend dat de kosten dan kunnen oplopen tot circa 2,5 miljard euro in plaats van de nu geraamde 1,3 miljard euro. Als die extra maatregelen wel zouden worden genomen, dan zouden er in 2020 nog circa 170.000 mensen ernstige hinder ondervinden in plaats van de ongeveer 200.000 bij het voorgestelde beleid.

Effecten vergelijkbaar, kosten lager

De voorgestelde regelgeving valt positief uit voor mensen die wonen nabij locaties waar sprake is van een sluipende toename van verkeersgeluid. Op die locaties zullen dan geluidwerende maatregelen plaatsvinden. Onder de huidige regelgeving is dat niet het geval behalve als er een fysieke wijziging aan de weg gaat plaatsvinden.

Voor locaties, waar fysieke aanpassingen aan de weg plaatsvinden stelt de nieuwe regelgeving echter minder vergaande eisen aan geluidbeperkende maatregelen dan de huidige regelgeving. Daarom is de bestaande regelgeving daar gunstiger voor het verminderen van de hinder. Per saldo zijn de te verwachten effecten tot 2020 van de huidige en de voorgestelde regelgeving vergelijkbaar. De kosten van de nieuwe regelgeving vallen echter lager uit. Dit komt door de lichtere eisen waardoor relatief dure geluidschermen minder vaak nodig zijn.