Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Langetermijntrend in mondiale CO2-emissies; 2013 rapport

Rapport | 31-10-2013

In 2012 bereikte de mondiale uitstoot van CO2 een nieuw record van 34,5 miljard ton. In dat jaar vertraagde de groei in uitstoot van CO2 echter tot 1,1% (of 1,4%, als geen rekening wordt gehouden met de extra dag van het schrikkeljaar). Dit is minder dan de helft van de gemiddelde jaarlijkse groei van 2,9% in het afgelopen decennium. Deze ontwikkeling wijst op een verschuiving naar activiteiten die minder fossiele brandstoffen gebruiken, een groeiende rol van hernieuwbare energie en meer energiebesparing.

Groei mondiale CO2-emissies in 2012 vertraagd

Drie landen/regio’s blijven verantwoordelijk voor 55% van de totale mondiale CO2-uitstoot. Van deze drie vergrootte China (29% aandeel) zijn emissies met 3%; dit is laag vergeleken met China’s gemiddelde groei in de afgelopen tien jaar van rond de 10%. Hoewel China’s CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking vergelijkbaar is met die van de EU en ongeveer de helft is van die van de VS, is China’s uitstoot per US dollar in het Bruto Nationaal Product bijna twee keer zo hoog als die van de EU en de VS en vergelijkbaar met die van de Russische Federatie. In de Verenigde Staten (16% aandeel) daalden CO2-emissies met 4%, vooral vanwege een verdere verschuiving in de elektriciteitssector van kolen naar gas. In de EU (11% aandeel) daalden de emissies met 1,6%, vooral vanwege een daling in energiegebruik van olie en gas en een daling in goederenvervoer over de weg.

Link to infographic: ''
Link to infographic: 2''

De zes grootse CO2-emitterende landen/regio's (aandeel 2012 tussen haakjes): China (29%), Verenigde Staten (15%), EU27 (11%), India (6%), Russische Federatie (5%) en Japan (4%).

Een versnelde groei van hernieuwbare energie

Bij het gebruik van energiedragers in de primaire energievoorziening is de afgelopen tien jaren een stijging zichtbaar, met uitzondering van kernenergie, die sinds 2012 gedaald is in de nasleep van het kernongeval in Fukushima. Ook bij het gebruik van hernieuwbare energie is een versnelde stijging sinds 2002 zichtbaar: het gebruik van waterkracht is versneld en de productie steeg met 4,3% in de periode 2011-2012. Ook het aandeel van de 'nieuwe' duurzame energiebronnen zoals zonne-energie, windenergie en biobrandstoffen nemen versneld toe: sinds 1992 duurde het 15 jaar om het aandeel van 0,5% te verdubbelen tot 1,1%, maar slechts 6 jaar meer om het opnieuw te verdubbelen tot 2,4% in 2012.

Blijvende vertraging?

De kleine groei in emissies in 2012 van 1,1% (inclusief een correctie van 0,3% voor het schrikkeljaar) zou het eerste signaal kunnen zijn van een meer permanente vertraging van de groei van mondiale emissies, en uiteindelijk zelfs van een daling van de uitstoot, mits (a) China zijn eigen doel bereikt van een maximumniveau van energiegebruik in 2015 en een verschuiving naar gas, met een aandeel van gas in 2020 van 10%; (b) de VS zijn energiemix blijft verschuiven naar meer gas en hernieuwbare energie; en (c) de EU lidstaten overeenstemming bereiken om de effectiviteit van het Europese Emissiehandelsysteem ETS te herstellen om uitstoot verder te kunnen reduceren.

Deze voorlopige schattingen zijn gemaakt door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie op basis van energiestatistieken van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) en recent door het energiebedrijf British Petrol (BP) gepubliceerde energiestatistieken.

Auteur(s)Jos Olivier,Greet Janssens-Maenhout, Marilena Muntean, Jeroen Peters
Rapportnr.1148
Publicatiedatum31-10-2013
Pagina's64
TaalEngels