Verduurzaming van landbouw via de keten: De kracht en beperkingen van private sturing in de aardappel- en de zuivelketen

Nederlandse bedrijven uit de zuivel- en de consumptieaardappelketen nemen diverse initiatieven om de landbouw te verduurzamen, die verder gaan dan wat de wet voorschrijft. In veel van deze private initiatieven spelen ook partijen van buiten de economische keten een rol, zoals maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. In deze beleidsstudie verkennen we de kracht en beperkingen van private sturing op verduurzaming van landbouw.

Motieven van bedrijven om bovenwettelijk te verduurzamen

Bedrijven uit de zuivel- en de consumptieaardappelketen stellen in verschillende private initiatieven bovenwettelijke (niet verplichte) eisen en doelen, bijvoorbeeld over weidegang van koeien en duurzamer bodembeheer bij aardappelteelt.

Uit ons onderzoek blijkt dat bedrijven hier 3 belangrijke motieven voor hebben: de reputatie van het eigen bedrijf managen, de grondstofaanvoer op de lange termijn veiligstellen, en verdienkansen verzilveren.

Organisaties van buiten de economische keten spelen een belangrijke rol

Bij de totstandkoming van private initiatieven zijn naast bedrijven vaak ook maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen betrokken.

Maatschappelijke organisaties bewandelen daarvoor meerdere sporen: ze oefenen druk uit op bedrijven om bepaalde duurzaamheidsstappen te zetten; ze initiëren (mede) de ontwikkeling van initiatieven; en ze leveren, net als kennisinstellingen, kennis aan voor de concrete invulling van initiatieven. Ondanks dat deze organisaties niet veel economische zeggingskracht hebben in de keten, hebben ze op deze manieren wel invloed op de initiatieven die ondernomen worden.

De kracht en beperkingen van verduurzaming via de keten

De motieven van bedrijven om bovenwettelijk te verduurzamen vertalen zich in aandacht voor duurzaamheidsthema’s die relatief gemakkelijk te communiceren zijn naar – en resoneren bij – consumenten en het brede publiek; die goed vertaalbaar zijn naar de belevingswereld en bedrijfsvoering van boeren; en die goed meetbaar zijn. Hiermee adresseren private initiatieven niet noodzakelijk de voor politiek en maatschappij meest relevante opgaven en doelen.

Verduurzaming via de keten is dan ook geen panacee. Een belangrijke kracht van verduurzaming via de keten is dat zodra alle partijen uit een keten zich achter het behalen van een bepaald doel scharen, zij relatief snel en (kosten)effectief naar dit doel toe kunnen bewegen. Om te komen tot een breed gedragen initiatief is echter veel overleg nodig. De overheid kan een rol spelen door de meest relevante opgaven helder te stellen en het overleg tussen bedrijven in de keten, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen te faciliteren.

Voor dit onderzoek zijn 20 interviews gehouden met bedrijven uit de de zuivel- en de consumptieaardappelketen, en met andere partijen zoals maatschappelijke organisaties, koepelorganisaties en een financier. De geïnterviewde bedrijven vertegenwoordigen verschillende posities in de keten: retail, voedselverwerkers, boeren en toeleverende industrie. In de interviews onderzochten we óf, en waarom bedrijven uit deze ketens bovenwettelijke initiatieven ontplooien, hoe deze initiatieven tot stand komen en worden ingevuld, en met wie wordt samengewerkt.

Auteurs

Michiel de Krom en Anne Gerdien Prins

Kenmerken

Publicatietitel
Verduurzaming van landbouw via de keten: De kracht en beperkingen van private sturing in de aardappel- en de zuivelketen
Publicatiedatum
16 april 2019
Publicatie type
Publicatie
Publicatietaal
Nederlands
Productnummer
2634