Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Waar willen jonge gezinnen wonen?

Artikel | 30-08-2018

De recessie is voorbij en de stedelijke woningmarkt staat onder druk. De woonwensen van gezinnen staan daarbij in de aandacht. Sinds de jaren negentig is immers sprake geweest van een toename van het aantal gezinnen in de stad. Inmiddels laten cijfers van het CBS zien dat veel jonge gezinnen de stad juist verlaten. In dit artikel wordt gekeken naar hoe deze ontwikkelingen kunnen worden verklaard. 

Toename van het aantal gezinnen in de stad

Er zijn drie mogelijke verklaringen voor de recente groei van het aantal gezinnen in de steden:

  • gezinnen zijn door een nieuwe waardering voor de stad eerder geneigd in steden te wonen;
  • het woonaanbod (type woningen en woonmilieus) van steden is beter dan voorheen op gezinnen toegerust;
  • gezinnen willen wel weg uit de stad, maar zijn door woningmarktomstandigheden niet in staat te verhuizen.

Onze analyses laten zien dat alle drie verklaringen geldig zijn. Er is zowel sprake van een stedelijke heroriëntatie (de toegenomen wens van gezinnen om in de stad te wonen) onder met name hoogopgeleide gezinnen, als van toegenomen mogelijkheden voor die gezinnen om in de stad te wonen (denk aan VINEX-wijken). Daarnaast geldt voor bepaalde gezinnen dat die in de recessie hun suburbane woonwens niet hebben kunnen realiseren.

Toch de stad uit?

Inmiddels is het 2018, de huizenprijzen in de grotere steden stijgen snel (en harder dan in de randgemeenten) en gezinnen verlaten in toenemende mate de stad. De woningmarktsituatie voor gezinnen zoals deze in de recessie van 2008-2013 bestond, lijkt nu omgekeerd: gezinnen die al huiseigenaar zijn, hebben momenteel minder moeite om hun woning te verkopen en de overwaarde van de woning te gebruiken voor een nieuwe woning. En jongere (potentiële) gezinnen die nog geen eigen woning hebben, zijn steeds meer in het nadeel. Hypotheekregels voor starters zijn aangescherpt, het aanbod van betaalbare koopwoningen in de stad is beperkt, en de jongere gezinnen verdienen doorgaans te veel – of hebben een te korte wachttijd – om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Een betaalbaar middensegment ontbreekt. Het wonen in de stad wordt daarmee steeds meer iets voor een selecte groep gezinnen. Anderen verlaten min of meer gedwongen de stad. Stedelijke gemeenten kunnen deze verhuizingen van gezinnen alleen afremmen door te zorgen voor een groter aanbod aan woningen in gezinsvriendelijke woonmilieus. Zo lang dat aanbod te gering is zal het aantal (jonge) gezinnen dat de stad verlaat om elders te zoeken naar een koopwoning, alleen nog maar toenemen. 

Auteur(s)Koen Laarman (Atrivé), Frank van Dam (PBL)
Publicatiedatum31-08-2018
PublicatieDemos
ReferenceDemos 34/7, pp. 4-7