35 TWh-doel zon en wind op land in 2030 goed haalbaar, maar groei op langere termijn stagneert

Het doel uit het Klimaatakkoord om in 2030 35 terawattuur (TWh) elektriciteit uit zonne- en windparken op land te produceren is goed haalbaar, maar de benodigde groei voor doelen op de langere termijn stagneert. Dit concludeert het PBL in de Monitor RES 2023: een voortgangsanalyse van de Regionale Energiestrategieën (RES’en). Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat monitort het PBL jaarlijks de ontwikkeling van de RES’en.

Streefdoel 55 TWh komt niet in zicht

Wind- en zonneparken op land zullen in 2030 naar verwachting 34 tot 44 TWh elektriciteit produceren. Daarmee zal het doel van 35 TWh zeer waarschijnlijk gehaald worden. Maar het ‘totaalbod’ van de regio’s van 55 TWh in hun oorspronkelijke voorstellen, dat door de inmiddels demissionaire minister voor Klimaat en Energie in een Kamerbrief eind 2022 als streefdoel is benoemd, komt niet in zicht. Dit blijft zo als de snelle groei van zonnepanelen bij huishoudens wordt meegeteld. Volgens de afspraken in het Klimaatakkoord en door herziene verwachtingen over de groei van zonnestroom kan dit 5 TWh extra opleveren in 2030. Met 39 tot 49 TWh zou het streefdoel van 55 TWh nog steeds buiten beeld blijven.

Klimaatneutraal energiesysteem vraagt constante groei emissievrije elektriciteit

De periode na 2030 valt vooralsnog buiten de scope van de RES’en, maar elektrificatie is een hoeksteen van de energietransitie op de langere termijn. In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) schetst het Ministerie van EZK de ontwikkeling van het energiesysteem richting klimaatneutraliteit in 2050 en voorziet daarin een stijging van het aandeel elektriciteit in het totale energieverbruik van 20 procent naar 50 à 70 procent in 2050. De indicatieve subdoelen in het NPE impliceren een constante jaarlijkse groei van opwekking van hernieuwbare elektriciteit op land in hetzelfde tempo als in het jaar 2022. Ter indicatie: het NPE veronderstelt dat productie van hernieuwbare stroom op land in 2035 anderhalf keer zo hoog is als in 2030. Deze groeiende stroomvraag en -productie zal zich moeten verhouden tot andere maatschappelijke opgaven met ruimtelijke claims, zoals woningbouw, natuur en landschappelijke kwaliteit. Dit vergt een ontwikkeling van de RES als beleidsinstrument, waarbij het energiesysteem (vraag, aanbod, netwerk) veel meer op een integrale wijze wordt benaderd in samenhang met die andere ruimtelijke uitdagingen en met een hoge mate van burgerbetrokkenheid.

Toenemende vertraging bij realisatie zonneparken

De Monitor RES 2023 toont vertraging bij zowel de concretisering van plannen als de uitvoering van plannen die al concreet waren. Projecten voor wind- en zonneparken lopen nu regelmatig oponthoud op of ze worden afgeblazen, waar dit voorheen nauwelijks gebeurde. Voor het eerst zijn er zonneparken ondanks een gehonoreerde subsidie niet doorgegaan. Ook hebben voor het eerst ontwikkelaars van een windpark met een vergevorderd ontwikkeltraject een lopende subsidieaanvraag opnieuw ingediend, met het risico daarmee hun gehonoreerde subsidiebeschikking te verliezen. Uit voortgangsrapportages blijkt dat een derde van de regio’s op schema ligt om hun oorspronkelijke ambities te realiseren. Bij de helft vertraagt het tempo in de concretisering van de plannen door onder meer ruimtelijke restricties en netcongestie, of door bewuste keuzes van de regio voor een zorgvuldig ruimtelijk proces.

Duidelijkheid van belang voor hernieuwbare energie op land

De realisatie van plannen wordt op verschillende vlakken gehinderd door onzekerheden. Zo loopt de SDE++ subsidieregeling voor grootschalige zonne- en windenergie af in 2025. Het is nog onzeker of er daarna financiële ondersteuning beschikbaar zal zijn. De overheid werkt ook aan strengere milieunormen voor windparken op land. In het voorstel dat nu op tafel ligt wordt de afstand van windturbines tot bewoning minimaal tweemaal de tiphoogte van de windmolen. Voor de ontwikkeling van projecten is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over de spelregels. Voor zonneparken op land worden de mogelijkheden beperkt, terwijl grootschalige zon-pv-op-dak juist wordt gestimuleerd.

RES-regio’s spelen belangrijke rol bij afweging ruimtelijke belangen

De RES-regio’s hebben te maken met een continu veranderende context, waarin steeds nieuwe argumenten en knelpunten opkomen. Dit zet de gezamenlijke ruimtelijke visie op het toekomstige energiesysteem in een aantal regio’s onder druk. Gemeenten, provincies, waterschappen, netbeheerders en het Rijk nemen hun verantwoordelijkheden bij de uitvoering van de RES en komen met eigen visies op wat ze willen met duurzame energie. Zo ligt de nadruk op hogere schaalniveaus vaker op een technisch-economisch robuust energiesysteem met maximale opwekking, terwijl op lokaal niveau meer aandacht is voor ruimtelijke en maatschappelijke waarde. De uitdagingen voor de langere termijn vragen om continue afstemming om te komen tot een gezamenlijke visie. De RES-regio biedt hierbij een kans om de verschillende belangen, lokaal en bovenlokaal, samen te brengen en de dialoog over hernieuwbare energie op land te versterken.

Gerelateerd

Over het onderwerp:

Regionale Energiestrategieën

Onderzoek naar en monitoring van de regionale energie strategieën.

Meer over regionale energiestrategieën