Natuurlijk Kapitaal Model

Het maatschappelijke en politieke debat over de natuur heeft zich uitgebreid van het behoud en herstel van de biodiversiteit tot de erkenning van verschillende manieren waarop mensen de natuur zien en waarderen. Hierin staat de bijdrage van natuur aan de samenleving steeds meer centraal. Dit perspectief heeft geleid tot de behoefte aan instrumenten die deze bijdragen van natuur aan mensen kwantificeren en meer zichtbaar maken voor besluitvorming bij overheden maatschappelijke organisaties en bedrijven. In samenwerking met WUR, RIVM en CBS heeft PBL het Natuurlijk Kapitaal Model ontwikkeld. Dit model brengt ecosysteemdiensten ruimtelijk in kaart en berekent de levering van deze diensten voor de huidige situatie en voor mogelijke toekomstscenario’s.

Waarom een Natuurlijk Kapitaal Model?

De Nederlandse overheid streeft naar een sterke en veerkrachtige natuur in Nederland die bijdraagt aan het welzijn van mensen, inclusief sociale en economische welvaart in brede zin. Ook binnen de Europese beleidsarena (zoals in de Europese Green Deal) heeft natuur en de bijdrage van de natuur aan mensen een prominente plaats gekregen, met een oproep tot bescherming, herstel en duurzaam gebruik van de natuur.

Het Natuurlijk Kapitaal Model is ontworpen om vooral beleidsmakers te informeren en te ondersteunen bij het operationaliseren van de bijdrage van de natuur aan mensen in de besluitvorming. Daartoe geeft het model inzicht in de fysieke baten die de Nederlandse natuur levert aan mensen bijvoorbeeld in termen van bestuiving, watervoorziening en natuur-gerelateerde recreatie. Het model geeft voor iedere locatie in Nederland aan welke diensten en de mate waarin deze door natuur worden geleverd of kunnen worden geleverd.

Het Natuurlijk Kapitaal Model dient meerdere doelen. Het kan enerzijds de huidige staat van ecosysteemdiensten in Nederland beoordelen. Anderzijds is het model de afgelopen jaren ook gebruikt om het effect in beeld te brengen van toekomstige ontwikkelingen, scenario’s of voorgesteld beleid op de levering van ecosysteemdiensten. Ook kan het model worden gebruikt om de bijdrage van natuur aan bepaalde maatschappelijke uitdagingen of beleidsdoelstellingen te kwantificeren (bijvoorbeeld het mitigeren van klimaatverandering door natuurlijke CO2-vastlegging of het zorgen voor een leefbare stad met groen voor recreatie, of het bijdragen aan koeling en wateropvang). Het model is ontwikkeld voor toepassing op nationaal en regionaal niveau, maar kan ook op een lager schaalniveau worden toegepast.

Het Natuurlijk Kapitaal Model bestaat uit een reeks sub-modellen (zie model documentatie). Elk sub-model kwantificeert een andere ecosysteemdienst. Momenteel zijn er 13 sub-modellen voor verschillende ecosysteemdiensten. Deze hebben betrekking op 1) productiediensten (drinkwatervoorziening, houtproductie, biomassaproductie (voor energie)); 2) regulerende en onderhoudsdiensten (bestuiving, plaagbestrijding, bodemvruchtbaarheid, waterretentie, stadskoeling, waterzuivering, koolstofvastlegging, regulering van de luchtkwaliteit) en 3) culturele diensten (openluchtrecreatie, natuurlijk erfgoed). De onderstaande figuur toont de ecosysteemdiensten die momenteel in het model voor natuurlijk kapitaal zijn opgenomen (gekleurd).

Sommige ecosysteemdiensten zijn bijzonder relevant voor bepaalde landschapstypen, zoals de landbouwgebieden (met diensten als plaagbestrijding en bestuiving), de bossen (met productie van biomassa en hout) en stedelijke gebieden (met regulering van luchtkwaliteit en koeling bij hitte), maar de meeste modellen zijn ontworpen om meerdere landschapstypen (stedelijke, landelijke en natuurlijke ecosystemen) te kunnen beoordelen.

Hoe kan het model worden gebruikt?

Het model kan worden gebruikt om verschillende vragen te beantwoorden. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gebruikt het model bijvoorbeeld om de huidige Nederlandse ecosysteemdiensten in kaart te brengen. Het CBS werkt samen met Wageningen Universiteit (WUR) om de relatie tussen natuur en economie in Nederland in kaart te brengen door effecten op ecosysteemdiensten te monetariseren. PBL en WUR gebruiken het model om toekomstige veranderingen in de levering van ecosysteemdiensten te verkennen en beleidsopties voor natuurgerichte oplossingen van maatschappelijke opgaven in kaart te brengen.
Afgelopen jaren is het Natuurlijk Kapitaal Model gebruikt voor verschillende doeleinden, waaronder:

Het in beeld brengen van de huidige staat van ecosysteemdiensten:

De potentiële levering van ecosysteemdiensten in verkennende toekomstscenario’s:

Hoe werkt het model?

Elk sub-model voor een ecosysteemdienst is gebaseerd op kwantitatieve relaties tussen de ecosysteemdienst en de verschillende factoren die van invloed zijn op de dienst (bv. landgebruik, beheer en hydrologie). Deze relaties zijn afgeleid uit literatuuronderzoek en expert-beoordelingen. Elk sub-model kwantificeert zowel het aanbod van de dienst (capaciteit van de natuur om een dienst te leveren) als de vraag naar een bepaalde dienst (maatschappelijke behoeften, voorkeuren of verlangen). Het model vergelijkt vervolgens vraag en aanbod, om de mate van realisatie, anders gezegd het voordeel of bijdrage, van de dienst voor mensen in beeld te brengen. Er is sprake van volledige realisatie wanneer aan de maatschappelijke vraag naar deze dienst wordt voldaan door de capaciteit van het ecosysteem om die dienst te leveren. Bestuivingsdiensten worden bijvoorbeeld alleen gerealiseerd als ecosystemen die wilde bestuivers leveren (‘aanbod’, zoals natuurlijke graslanden, bloemstroken) in de buurt liggen van landbouwvelden met gewassen die afhankelijk zijn van deze bestuivers (‘vraag’).

De modeluitkomsten verschillen per sub-model, in termen van ecosysteemdienst-indicator en bijbehorende eenheid; bijvoorbeeld de houtproductie wordt uitgedrukt in termen van m3 hout per hectare. Om de modeluitkomsten vergelijkbaar te maken, berekent elk sub-model de balans tussen vraag en aanbod, gepresenteerd in relatieve termen (percentage van het aanbod dat aan de vraag voldoet). Deze vraag-aanbodbenadering helpt ook om de mate van mismatch tussen vraag en aanbod vast te stellen.

Belangrijke inputgegevens om de levering van ecosysteemdiensten te beoordelen zijn informatie over landgebruik, landbeheer en aanvullende milieuvariabelen (bijvoorbeeld bodemvochtigheid, beschikbaarheid van nutriënten, pH en luchtkwaliteit). De maatschappelijke vraag is gebaseerd op de noodzaak om potentiële effecten te vermijden of te verminderen (zoals afname van de gewasproductie door afwezigheid van bestuivers en hittestress door toenemende temperatuur), om te voldoen aan gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen of -normen (bijvoorbeeld norm voor water- en luchtkwaliteit of klimaatakkoord van Parijs), consumptiebehoeften (zoals vraag naar Nederlands hout) of voorkeuren van mensen (bijvoorbeeld recreatieactiviteiten).

Het Natuurlijk Kapitaal Model is een geautomatiseerd rekensysteem wat met een afgestemde set aan invoergegevens een standaard set aan indicatoren kan berekenen. De standaardisering en automatisering maakt het praktisch gemakkelijk en betrouwbaarder om modelberekeningen uit te voeren en te herhalen. Voor het volgen van ontwikkelingen in de tijd is deze standaardisatie nodig. Tegelijkertijd wordt door de verschillende onderzoeksinstellingen voortdurend gewerkt aan verdere modelontwikkelling om de wetenschappelijke kwaliteit te borgen en de toepasbaarheid van het Natuurlijk Kapitaal Model voor een breed scala aan ruimtelijke ordeningsvraagstukken en beleidscontexten te vergroten.

Kenmerken

Modeltitel
Natuurlijk Kapitaal Model