PBL: toenemende ruimteclaims vragen om meer afstemming tussen overheden

21-09-2020 | Nieuwsbericht

De doelen die Nederland heeft gesteld op het gebied van wonen en werken vergen nog de nodige inzet. Dat geldt eens te meer voor de energietransitie, circulaire economie en de natuur-, water- en milieukwaliteit. Dit blijkt uit de rapportage Monitor van de Nationale Omgevingsvisie, die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vandaag publiceert als reactie op het recent uitgebrachte beleidsplan Nationale Omgevingsvisie.

De Monitor NOVI laat zien dat wonen en vooral werken steeds meer ruimte in beslag nemen. De ruimte voor werken is sinds 1996 met 44% toegenomen. Dit is een veel sterkere stijging dan van de ruimte voor wonen, die in dezelfde periode met 10% toenam. Het aantal banen is gegroeid met 24%, veel minder dan het ruimtegebruik hiervoor. De werkgelegenheid in Nederland is dus ruimte-intensiever geworden; het ruimtegebruik per baan neemt toe.

Agglomeratiekracht

Maar niet alleen de omvang van de ruimteclaims voor wonen en werken is van belang; voor de bereikbaarheid en de agglomeratiekracht is ook de plaats van belang. Wat die plaats betreft: de Monitor NOVI constateert dat de afgelopen 20 jaar de locaties voor wonen en werken gemiddeld dichterbij elkaar zijn komen te liggen, vooral rond Amsterdam, in Flevoland, Utrecht, Overijssel en bij Eindhoven. Nieuwe woningen en bedrijfsgebouwen zijn vooral gebouwd in de buurt van bestaande bebouwing.

Wat zich minder gunstig heeft ontwikkeld, is de plaats van wonen en werken ten opzichte van de infrastructuur voor de auto en het openbaar vervoer. Tussen 1996 en 2018 groeiden autolocaties het meest, terwijl het beleid erop is gericht om zowel woon- als werklocaties zowel per auto als per openbaarvervoer goed te ontsluiten.

Natuurgebieden

In grote delen van de Nederlandse landnatuur zijn niet alleen de ruimtelijke, maar ook de milieucondities nog matig of slecht voor het duurzaam kunnen voortbestaan van soorten en ecosystemen. Uit de aanwezige vegetatie in verschillende ecosystemen blijkt ook dat de milieucondities voor landnatuur gemiddeld genomen in de periode 1999-2018 verder zijn verslechterd.

Zonne-energie

De Monitor NOVI bevestigt dat Nederland grote uitdagingen kent om genoeg hernieuwbare energie op te wekken. Het doel voor opgesteld windvermogen in 2020 wordt niet gehaald.

Een opvallende ontwikkeling is dat het aandeel van energie uit zonnepanelen nu snel toeneemt. Het opgestelde zonnevermogen groeide van circa 1.800 megawatt in 2015 naar 6.874 megawatt in 2019. Het grootste deel daarvan staat op daken, maar het aandeel zonneparken op het land (nu 13% van het vermogen aan zonne-energie) neemt sneller toe.

Vinger aan de pols

De Monitor NOVI brengt iedere twee jaar de voortgang van de NOVI in kaart. Het is een vervolg op de Monitor Infrastructuur en Ruimte. In het rapport wordt informatie gebundeld van het PBL, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

‘Met de Monitor NOVI houden we de vinger aan de pols van het kabinet: worden de gestelde doelen gehaald? Je ziet dat de druk op de ruimte de laatste jaren sterk is toegenomen. Het kabinet probeert dat met de NOVI in goede banen te leiden. Dit vraagt om effectieve afstemming, binnen het Rijk maar ook met decentrale overheden’, stelt Rienk Kuiper, hoofdauteur van de monitor. ‘Wij volgen toekomstige ontwikkelingen nauwgezet. Wat komt er allemaal op Nederland af en hoeveel ruimte vraagt dat? De inrichting van onze leefomgeving heeft grote invloed op milieu en economie en op het algemeen welbevinden. Het is van groot belang dat wij als onafhankelijk instituut scherp meekijken naar de keuzes die worden gemaakt.’