Actualisatie referentieramingen energie en emissies 2008 - 2020

14-09-2009 | Publicatie

Dit rapport is een update van de referentieraming uit 2005. In deze actualisatie is de Global Economy -variant(GE-scenario) van de referentieramingen uit 2005 aangepast voor de nieuwe inzichten. De actualisatie is uitsluitend gebaseerd op vastgesteld beleid. Effecten van het voorgenomen, nog in ontwikkeling zijnde energie- en klimaatbeleid uit het Werkprogramma Schoon en Zuinig zijn in een afzonderlijke studie verkend. De actualisatie kan daarom niet zelfstandig worden gebruikt om te beoordelen in hoeverre de verschillende beleidsdoelen voor energie en klimaat in 2020 zullen worden gerealiseerd. Wel biedt de voorliggende referentieraming een nieuw ijkpunt voor de genoemde verkenning van de effecten van het voorgenomen beleid.

Economische groei: GE-scenario gehandhaafd

De emissies in deze actualisatie worden tegen de achtergrond van het GE-scenario geraamd. De gemiddelde jaarlijkse economische groei bedraagt volgens het GE-scenario 2,9%. Sinds 2005 heeft de GE-raming steeds meer de referentiestatus gekregen. Door middel van een onzekerheidsanalyse is nagegaan wat de effecten zijn van een (veel) lagere economische groei dan verondersteld in het GE-scenario.

Het GE-scenario schetst een toekomst die is gebaseerd op een consistente set veronderstellingen over langetermijntrends. In zo’n scenario wordt geen rekening gehouden met tijdelijke afwijkingen van die trends of schokken die in de economie optreden, zoals de huidige kredietcrisis. Het GE-scenario is geen voorspelling, maar schetst een mogelijke toekomst.

Voor broeikasgasemissiedoelen is een scenario met een hoge economische groei een conservatieve benadering. Als emissiedoelen bij relatief hoge groei worden gerealiseerd, is de kans groot dat dit bij een lagere groei ook het geval zal zijn.

Hogere olie- en CO2-prijs

Hoewel de economische karakteristieken van het GE-scenario blijven gelden, zijn in de actualisatie van de referentieraming wel de olieprijs en CO2-prijs ten opzichte van de raming uit 2005 aangepast. De energieprijzen hebben de afgelopen jaren grote fluctuaties gekend. Sinds de referentieraming uit 2005 zijn de prijzen van energiedragers voornamelijk hoger geweest dan indertijd werd aangenomen. In deze actualisatie van de referentieraming wordt gerekend met twee olieprijs-varianten, te weten $80 per vat en $110 per vat. In deze actualisatie wordt $80 per vat als basispad gehanteerd. Ook de CO2-prijs fluctueert en is onzeker. De raming uit 2005 ging uit van een prijs van €13 per ton CO2 in 2020. Op basis van de Europese reductiedoelstelling in de periode 2013-2020 voor de deelnemers van het Europese emissiehandelssysteem wordt nu met een hogere prijs van €35 per ton CO2 rekening gehouden. Dit is in lijn met de CO2-prijs die door de Europese Commissie wordt verwacht.

Belangrijkste ontwikkelingen en vastgesteld beleid

Deze actualisatie houdt - waar mogelijk - rekening met de feitelijke ontwikkelingen tot en met 2007. Nieuwe informatie over het verwachte aantal elektriciteitscentrales en warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK) in de industrie en de glastuinbouw, en het gebruik van nieuwe verkeerscijfers. De belangrijkste beleidswijzigingen zijn het vastgestelde Europese energie- en klimaatpakket, de vervanging van de regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) voor hernieuwbare elektriciteit door de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE-regeling), en het akkoord over het lagere zwavelgehalte van brandstoffen voor de zeescheepvaart. In deze geactualiseerde referentieraming zijn alle nieuwe inzichten integraal samengebracht. De studie gaat alleen uit van het vastgestelde beleid, en is ook in deze zin conservatief voor het behalen van de emissiedoelen.

Broeikasgasemissies zijn hoger dan in de raming van 2005

De CO2-emissies nemen in de geactualiseerde raming toe tot 224,6 Mton in 2020. Dit is bijna 20 Mton meer dan in de raming uit 2005. Vooral de nieuwe elektriciteitscentrales die tussen 2010 en 2015 opstarten, zijn hier debet aan. Aangezien de elektriciteitscentrales onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) vallen, heeft deze toename geen invloed op het behalen van het Nederlandse emissiereductiedoel van 30% in 2020. Het kabinet heeft namelijk in 2008 besloten om het Europese reductiedoel van 21% voor de Nederlandse ETS-sectoren als resultaat in te boeken. Door deze keuze is het voor het Nederlandse reductiedoel niet meer relevant hoe veel CO2 de ETS-sectoren in 2020 daadwerkelijk uitstoten. Ook voor het Europese doel is het niet relevant hoeveel CO2 de ETS-sectoren op Nederlands grondgebied uitstoten, zo lang de Europese ETS-sectoren als geheel aan het reductiedoel voldoen. De CO2-emissie van sectoren die niet onder het ETS vallen, blijft in vergelijking met de raming uit 2005 nagenoeg gelijk. De emissies van niet-CO2 broeikasgassen zijn circa 5 Mton lager dan in de raming uit 2005. Dit wordt vooral veroorzaakt door de reductie van lachgasemissies bij de salpeterzuurproductie.

Onzekerheden geraamde broeikasgasemissies

Op basis van de inschatting van de belangrijkste onzekerheden is de bandbreedte in CO2-emissie 225 - 262 Mton in 2020. Onzekerheden in de omvang en samenstelling van het elektriciteitspark hebben een belangrijk aandeel in de totale bandbreedte. De invloed van de olieprijs op de emissies is in de geactualiseerde raming beperkt. Bij een olieprijs van $80 per vat  is de CO2-emissie circa 1,5 Mton hoger dan bij een olieprijs van $110 per vat.

Raming luchtverontreinigende stoffen in 2020 lager dan in de raming uit 2005

Hoewel er voor de SO2-emissie na 2010 sprake is van een stijgende trend door de uitbreiding van het aantal kolencentrales, zijn de emissies van SO2 volgens de nieuwe raming in 2020 lager dan in de raming uit 2005. Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt door de convenantafspraken met de elektriciteitsector en de raffinaderijen. Ook de emissie van NOx in 2020 is in de nieuwe raming aanmerkelijk lager dan in de raming uit 2005. Het verschil wordt veroorzaakt door een sterke afname van de NOx-emissie in het verkeer, vooral als gevolg van aangescherpte Euronormering voor licht wegverkeer. De emissie van NH3 is volgens de nieuwe raming in 2020 15 kton lager dan in de raming uit 2005, met name door ontwikkelingen in beleid. Ook de emissie van NMVOS is in 2020 in de nieuwe raming lager dan in de raming uit 2005, vooral als gevolg van nieuwe inzichten over de NMVOS-emissies bij verkeer en vervoer.

Meer informatie