Conceptadvies SDE++ CO2-reducerende opties: industriële restwarmte

26-07-2019 | Publicatie

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft PBL gevraagd advies uit brengen over de openstelling van de SDE++ (Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie) in 2020. Het PBL heeft voor de zogenoemde verbredingsopties ondersteuning gevraagd van ECN part of TNO en Navigant. Deze notitie bevat het conceptadvies met betrekking tot industriële restwarmte.

De SDE+ is sinds 2011 het belangrijkste instrument voor de stimulering van de opwekking van hernieuwbare energie in Nederland. Binnen deze regeling wordt jaarlijks de kostprijs van hernieuwbare energie van diverse technologieën bepaald, binnen de SDE+-regeling aangeduid als het basisbedrag. Daarnaast zijn ook het correctiebedrag en de basisprijs belangrijke componenten van de SDE+-regeling.

Verbreding naar SDE++

In 2020 wordt de bestaande SDE+-regeling verbreed naar de SDE++. Nieuw hierbij is dat naast categorieën voor de productie van hernieuwbare energie ook CO2-reducerende opties anders dan hernieuwbare energie in aanmerking komen voor subsidie. Dit zorgt ervoor dat de regelgeving en de methodiek en dus ook de uitgangspunten voor de SDE+ zodanig worden uitgebreid dat deze ook toepasbaar zijn voor een breder palet aan CO2-reducerende categorieën.

Industriële restwarmte

Industrieën, energiebedrijven, afvalverwerkingsbedrijven en datacenters kunnen een overschot aan warmte hebben. Deze restwarmte kan nuttig worden gebruikt voor de verwarming van woningen, de glastuinbouw of andere bedrijfsmatige processen met een warmtevraag. De levering van warmte naar deze eindgebruikers gebeurt ofwel via een directe levering van leverancier naar eindgebruiker ofwel via een distributienetwerk of warmtenet.

Voor de bepaling van de onrendabele top bij restwarmteprojecten wordt onderscheid gemaakt tussen zeven verschillende categorieën omdat er meerdere manieren zijn om restwarmte uit te koppelen.

Marktconsultatie

Belanghebbenden kunnen schriftelijk een reactie geven op dit conceptadvies en de onderliggende kostenbevindingen. Deze schriftelijke reactie dient uiterlijk 27 augustus bij het PBL binnen te zijn. Mocht een aanvullend gesprek door het PBL gewenst worden, dan zal dit tussen 2 en 13 september worden gehouden.