Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Hoe verder na de klimaattop?

Artikel | 03-03-2016

In de februari-editie van het VVM-blad Milieu (netwerk van milieuprofessionals) presenteren PBL-onderzoekers de uitkomsten van de klimaattop in Parijs. Men concludeert dat de uitkomsten als een wonder én als een uitdaging gezien kunnen worden, wat betekent dat de stappen na Parijs van groot belang zijn.

De uitdaging voor de klimaattop in Parijs van eind 2015 was om afspraken te maken die de temperatuurstijging beperken tot onder de 2°C. Maar ook moest het besef landen dat dit zou betekenen dat een groot deel van de fossiele voorraden onder de grond zal moeten blijven. Om temperatuurstijging te beperken tot 2°C mag vanaf 2014 nog zo’n 1000 gigaton CO2 uitgestoten worden. De enige manier om hier binnen te blijven én de voorraden te gebruiken is om alle resterende steenkool en de helft van de aardolie alleen te verbranden met CO2-afvang en -opslag (CCS).

Link to infographic: ''
Link to infographic: 2''

Het mondiale verschil in 2030 tussen het benodigde emissieniveau voor een kostenoptimaal pad dat onder de 2°C temperatuurstijging blijft. Figuur geeft tevens het emissieniveau weer dat is geschat op basis van de landenvoorstellen uit de Intended Nationally Determined Contributions (INDCs),

Stappen na klimaattop blijven van groot belang

Voor de top hebben landen emissiereductiedoelstellingen op tafel gelegd via 'Intended Nationally Determined Contributions' (INDCs). Daarin werden ook benodigde financiering, noodzakelijke adaptatie en kijk op rechtvaardigheid vastgelegd. Een eerdere analyse van het PBL liet al zien dat deze voorstellen het gat tussen een business-as-usual scenario zonder klimaatbeleid en een kostenoptimaal pad richting 2 graden zou verkleinen tot 12-14 gigaton CO2-equivalent.

Na de klimaattop lijkt het resultaat te liggen tussen wonder en verdere uitdaging. Een wonder omdat in het akkoord vastgesteld is dat de temperatuurstijging ver onder de 2°C zal moeten blijven en er voorwaarden en bepalingen zijn opgenomen die dit zouden kunnen bewerkstelligen. Er is afgesproken om elke 5 jaar de stand van zaken vast te leggen met de mogelijkheid om reductiedoelstellingen ambitieuzer te maken. Dit alles betekent een verdere uitdaging omdat de reductievoorstellen van landen niet bindend zijn en op dit moment zullen leiden tot een overschrijding van de 2°C-limiet. De stappen na Parijs blijven dus van groot belang.

Auteur(s)Mark Roelfsema; Heleen van Soest; Tinus Pulles (VVM sectie Klimaat); Dick Biesta (VVM sectie Energie)
Publicatiedatum03-03-2016
PublicatieVVM Milieu