Meten om te weten

25-07-2019 | Publicatie

Het meten van de transitie naar een circulaire economie liep als een rode draad door de  bijeenkomst van de Kenniscommunity Circulaire Economie van het Veluweberaad, begin juli 2019. Zowel het Rijk als decentrale overheden timmeren aan de weg, zoveel werd duidelijk, maar hoe kunnen de verschillende partijen elkaar vinden en hoe zijn hun inspanningen op elkaar aan te sluiten?

In deze notitie doen we verslag van de bijeenkomst ‘Meten is weten’ en vatten we de belangrijkste overzichten, discussies en bevindingen samen. De uitwisseling van kennis over het meten van de transitie naar een circulaire economie stond centraal. Welke monitoringsactiviteiten lopen er? Kunnen die beter op elkaar aansluiten? En hoe sluit de nationale monitoring aan op regionale behoeftes?

Het meten van de voortgang van de transitie naar een circulaire economie is niet eenvoudig, wel is er al de nodige kennis opgebouwd, bijvoorbeeld over de monitoring van recycling en circulaire (bedrijfs)activiteiten, en over een systeem om de hele transitie te kunnen monitoren.

Regionale en nationale data over circulare economie

De meerwaarde van de bijeenkomst is dat regionale overheden inzicht hebben gekregen in de huidige nationale monitoring van de circulaire economie. Voor de monitoring is ook uitwisseling en aansluiting van data tussen lagere en hogere overheidslagen nodig, daar zijn de aanwezigen het over eens. Lokale gegevens van één gemeente moeten in samenhang worden gebracht met die van andere lokale en regionale partners, en ook het Rijk moet hier gebruik van kunnen maken. Regionale overheden kunnen kennis en kunde gebruiken van nationale instellingen. Sommige belangrijke data en monitoringsaanpakken zijn voorhanden; het is de kunst om die ook te benutten.