Naar universele toegang tot elektriciteit in Sub-Sahara Afrika

22-05-2017 | Publicatie

Met het aannemen van de VN Sustainable Development Goals heeft de wereldgemeenschap zich gecommitteerd aan het bereiken van universele toegang tot elektriciteit in 2030. Deze studie verkent de technologische en investeringsbehoeften om deze doelstelling in Sub-Sahara Afrika te realiseren. Daarnaast wordt gekeken naar de rol van internationaal klimaatbeleid en aanknopingspunten om de transitie in gang te zetten.

Decentrale elektriciteitsopwekking is cruciaal

Het bereiken van universele toegang tot elektriciteit vergt verdere uitbreiding van de productiecapaciteit en transport- en distributienetten. Het aansluiten van huishoudens op het centrale elektriciteitsnetwerk is alleen financieel aantrekkelijk in dichtbevolkte gebieden met een hoge vraag naar elektriciteit, of in gebieden dicht bij bestaande hoogspanningskabels. Voor de vele huishoudens in arme gebieden ver van het bestaande elektriciteitsnetwerk spelen mini-grids en standalone systemen een belangrijke rol bij het realiseren van toegang tot elektriciteit.

Verwaarloosbaar effect op klimaatverandering

De verwachte elektriciteitsconsumptie van veel arme huishoudens die net toegang tot elektriciteit hebben gekregen is laag. Daarnaast laten de modelprojecties zien dat zonder additioneel beleid al meer dan 50% van de verwachte capaciteitsuitbreiding uit hernieuwbare bronnen bestaat. Het realiseren van universele toegang tot elektriciteit heeft daardoor tot 2030 maar een klein effect op de mondiale uitstoot van broeikasgassen en daarmee op klimaatverandering.

Een belangrijke rol voor Nederlandse ontwikkelingssamenwerking

De doelstelling van het kabinet om met Nederlandse inzet in 2030 50 miljoen mensen in ontwikkelingslanden toegang tot hernieuwbare energie te hebben verleend, draagt in belangrijke mate bij aan het realiseren van deze SDG-doelstelling. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid kan inzetten op capaciteitsopbouw, financiering en training, door nationale en lokale overheden te helpen bij beleidsontwikkeling om decentrale elektriciteitsopwekking te stimuleren, door lokale marktontwikkeling voor decentrale elektrificatiesystemen te ondersteunen, en door internationale klimaatfinanciering beter te stemmen op meer kleinschalige decentrale elektrificatieprojecten.