Natuurinclusieve landbouw: wat beweegt boeren?
Het effect van financiële prikkels en gedragsfactoren op de investeringsbereidheid van agrariërs

25-02-2020 | Publicatie

Er wordt veel gepraat over natuurinclusieve landbouw. Maar de vraag wat boeren zelf van natuurinclusieve landbouw vinden, en waarom ze wel of niet in natuurinclusieve landbouw willen investeren, blijft meestal onbeantwoord. Daar komt bij dat veel van wat er bekend is over natuurinclusieve landbouw in Nederland gaat over de koplopers, maar wat beweegt de middenmoot?

Deze vragen staan centraal in deze studie waarvan de uitkomsten gebaseerd zijn op de antwoorden op een vragenlijst die is ingevuld door in totaal 1100 boeren met een akkerbouw, melkvee- of gemengd bedrijf. Het grootste deel van deze respondenten is lid van de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO).

Slimme financiële prikkels nodig voor opschaling natuurinclusieve landbouw

Uit de enquête blijkt dat meer dan de helft van de LTO-respondenten (58 procent) meerdere maatregelen heeft genomen voor een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering, zoals extra weidegang, bloeiende akkerranden of gebruik van groenbemesters. Slechts een deel van deze respondenten (18 procent) heeft natuurinclusiviteit verdergaand in de bedrijfsvoering doorgevoerd. De boeren die op dit moment in de marge van hun bedrijf  aan natuurinclusieve landbouw doen (40 procent van de respondenten), geven aan dat zij best meer maatregelen willen nemen, maar dat hier wel een vergoeding tegenover dient te staan.
Voor het verder opschalen van natuurinclusieve landbouw is een combinatie van financiële prikkels gewenst, bijvoorbeeld een combinatie van vergoedingen uit het EU Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, rentekortingen en meerprijzen.