Notitie hoogtebeperkte categorie wind op land SDE++ 2020

10-07-2019 | Publicatie

Het ministerie van EZK heeft aan het PBL, dat ondersteund wordt door DNV GL, gevraagd om te onderzoeken of via een aparte categorie in de Subsidieregeling voor Duurzame Energie (SDE+) kleinere windmolens gesubsidieerd kunnen worden die door landelijk beleid een hoogterestrictie hebben.

Motie subsidiëring kleinere windmolens

Achtergrond hierbij is de motie subsidiëring van kleinere windmolens – kabinetsaanpak klimaatbeleid. Het PBL onderzoekt of deze beperkte locaties generiek en eenduidig af te bakenen zijn en of het bijbehorende basisbedrag concurrerend is ten opzichte van andere duurzame technieken. Het gaat hierbij om beperkingen die gelden voor de tiphoogte, ashoogte of rotordiameter. Aangezien in de inventarisatie beperkingen bouwhoogtebeperkingen zijn, gaat het hier om beperkingen voor de maximale hoogte, oftewel tiphoogtebeperkingen, voor windturbines.

In het licht van deze motie is aanvullend onderzoek uitgevoerd om:

  • hoogtebeperkingen voor windturbines vanuit landelijk beleid in kaart te brengen en te kijken naar een objectieve afbakening van een categorie van kleinere windturbines;
  • bijbehorende basisbedragen te berekenen voor deze hoogtebeperkte categorieën met een vergelijking of deze kosten competitief zijn ten opzichte van de andere duurzame technieken.

Gevonden hoogtebeperkingen

Uit het onderzoek blijkt dat vele vormen van hoogtebeperkingen niet generiek en eenduidig zijn. Enkel rondom luchthavens gelden hoogtebeperkingen die generiek en eenduidig genoemd kunnen worden. Doordat generieke turbines hoger worden, wordt het financiële nadeel door hoogtebeperkingen steeds groter. Vanaf 2020 of daarna zou daarom een aparte categorie overwogen kunnen worden. Voor het najaar 2019 adviseert het PBL geen aparte categorie te openen.