Ruimtedialoog 2026
Het Planbureau voor de Leefomgeving organiseerde op donderdagmiddag 22 januari voor de vierde keer de ruimtedialoog. Het evenement vond plaats in B30, het kantoor van het PBL in Den Haag.
De ruimtedialoog begon en eindigde met een plenair deel. Daartussen waren twee ronden met parallelsessies geprogrammeerd waarbij PBL’ers met recent afgerond of lopend ruimtelijk onderzoek de dialoog aan gingen met het publiek: vertegenwoordigers van overheden en andere onderzoekers.
Reflectie op de Ontwerp-Nota Ruimte
Aan het begin van de middag presenteerde PBL-directeur Marko Hekkert de Reflectie op de Ontwerp-Nota Ruimte van het planbureau, net vers van de pers. Naast loftuitingen voor het verzette werk van het ministerie, stipte Marko Hekkert een aantal aanscherpingen voor de komende definitieve Nota Ruimte aan. In een eerste reactie dankte Marjolein Jansen (Directeur-Generaal Ruimtelijke Ordening van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) voor de aanbevelingen en kondigde aan deze zo goed mogelijk mee te nemen in de definitieve Nota Ruimte.
Verdieping van de Reflectie
In de sessie aansluitend op deze plenaire presentatie doken David Evers en Rienk Kuiper (PBL) dieper in de vijf aanbevelingen uit de PBL-reflectie. Marieke Francke van het College van Rijksadviseurs gaf vervolgens een voorproefje van de reflectie die het college in februari zal publiceren. Dit leidde tot een levendige discussie, waarin deelnemers waardevolle suggesties deden voor het aanscherpen van inhoudelijke keuzes, het versterken van de uitvoering, en het toepassen van de leidende principes. De sessie sloot af met een inspirerende vooruitblik op het vervolgtraject van de Nota Ruimte door Edo Kort en Errik Buursink (ministerie van VRO). Met veel waardering voor de reflectie van het PBL, staan zij nu voor de uitdagende taak om ook de honderden zienswijzen op de ontwerpnota zorgvuldig door te nemen en te verwerken, zodat de Nota Ruimte een krachtige en effectieve koers voor de toekomst kan uitzetten.
Workshop tools
In een andere sessie liet PBL’er Hans van Amsterdam de Atlas van de Regio zien. Deze PBL-website bevat kaartinformatie voor ruimtelijke vraagstukken in verschillende kaartlagen. Een daarvan is de dataset RUDIFUN (Ruimtelijke Dichtheden en Functiemenging in Nederland). Deze bevat indicatoren van stedelijk weefsel en wordt toegepast voor onderzoek en ontwerp. Berend Hoffmann van Common Affairs liet aansluitend met het programma Citymaker zien hoe RUDIFUN is ingezet voor het interactief kunnen doorrekenen van gebiedsontwikkelingen.
Arbeidsmarkteffecten van een spoorlijn
PBL’ers Anet Weterings en Jeroen Bastiaanssen presenteerden hun studie De (spoor)weg naar werk over de arbeidsmarkteffecten van de Hanzelijn voor de inwoners van Dronten. Aansluitend besprak Bas Schimmel (Ministerie IenW) de lessen die hieruit getrokken kunnen worden voor beoogde spoorverbindingen zoals de Lelylijn en Nedersaksenlijn: door een verbeterde ov-bereikbaarheid kunnen mogelijk meer mensen in de regio (blijven) wonen en werkgelegenheid en voorzieningen op peil blijven, maar dit vereist een brede economische strategie.
Acties om lopen te bevorderen
In de sessie over Beloopbaarheid vertelde Martine de Vaan (Nationaal Masterplan Lopen) over haar werk, dat wordt gesteund door tientallen overheden en adviesbureaus: meer dan dertig acties zijn geformuleerd om lopen te bevorderen. PBL’er Charlotte Peeters Weem toonde vervolgens de eerste resultaten van het onderzoek naar toegankelijkheid van voetpaden. Annemieke Molster van de gemeente Arnhem liet afsluitend zien hoe Arnhem aan de hand van looproutes loopbeleid uitvoert.
Ontwikkeling van wijken
PBL’er Willem Vermeulen toonde aan de hand van cijfers en enkele quotes van bewoners de ontwikkeling van de Nederlandse bloemkoolwijken in de afgelopen vijftig jaar. Wie gebruiken deze wijken nu en hoe veranderden deze wijken? Vervolgens vertelde Simone Rots van het International New Town Institute aan de hand van beelden waar zij uitdagingen zien, en welke oplossingen er al gevonden zijn.
Mobiliteit
Dieuwert Blomjous van het PBL presenteerde de verkenning naar de barrières en kansen van verschillende groepen weggebruikers in hun mogelijkheden om hun mobiliteit te verduurzamen. Dit onderzoek sluit goed aan bij de agenda van IenW, vertelde beleidsmedewerker Marie-José Olde Kalter, dat een doelgroepenaanpak ontwikkelt als hulpmiddel voor beleid. Vanuit de zaal was veel interesse in hoe beleid ervoor kan zorgen dat mobiliteit duurzamer wordt en daarbij oog heeft voor (het beleid in) de regio.
Toekomstige klimaatrisico’s
PBL-onderzoeker Frank van Gaalen liet resultaten zien van een lopende verkenning naar toekomstige klimaatrisico’s. Daaruit blijkt dat een ruimtelijke aanpak van klimaatadaptatie de effecten van klimaatverandering substantieel kan verminderen. Bart Rijken (Deltares) presenteerde de resultaten van een ruimtelijke analyse in stedelijk gebied, waaruit blijkt dat een ruimtelijke aanpak voor meer waterberging kan zorgen, en de overstromingsschade flink kan beperken. Tot slot gaf Roald Wolters (ministerie van IenW) een overzicht van de aanpak van klimaatadaptatie in het beleid en wat we kunnen verwachten van de nieuwe NAS (Nationale klimaatadaptatie strategie), die dit jaar wordt gepubliceerd.
Keuzes voor de leefomgeving
Merel Enserink (PBL) presenteerde het recente advies Keuzes voor de Leefomgeving 2025 met de nadruk op hoe al die keuzes en opgaven in de ruimte landen en wie de keuzes maakt. Rosa Stapel van het ministerie van VRO vertelde over het perspectief hierop vanuit de NOVEX-regio Arnhem Nijmegen Foodvalley en Ganesh Babu (PosadMaxwan) deed dat vanuit de ontwerppraktijk. Hierna ontstond er een spannend gesprek over de invloed van politieke keuzes en de ruimtelijke doorvertaling daarvan lokaal, met een heldere oproep voor duidelijkheid. De bescherming van de leefomgeving is nodig en niet goed genoeg geborgd. Maar het is ook de vraag welke waarden daarin bepalend moeten zijn, met aandachtspunt dat normen en regels de boel ook flink kunnen vertragen. Verder werd ook duidelijk dat regionaal de keuzes al worden gemaakt. En dat er in sommige regio’s ook vermoeidheid ontstaat door de grote hoeveelheid (ministeriële) programma’s die telkens op dezelfde plekken lijken te landen.
Energietransitie per buurt
De sessie Verduurzaming van de gebouwde omgeving en de uitdagingen per type buurt maakte duidelijk dat er verschillende manieren zijn waarop het concept ‘buurt’ een rol speelt in de energietransitie. De brede blik, die Valerie Heesakkers (Cityförster) presenteerde aan de hand van Carbon-based Urbanism opende de ogen dat het niet alleen gaat om directe CO2-uitstoot, maar dat veel CO2 gerelateerd is aan het gebouw en de vormgeving van een buurt. Met haar presentatie van het NPLW pleitte Katja Stribos dat een buurttypologie kan helpen in de standaardisatie van Milieu Effect Rapportages, wat op termijn veel geld kan schelen voor gemeenten. Als laatste gaf PBL’er Steven van Polen met de Startanalyse een beeld van de mogelijkheden om de buurten zonder aardgas te verwarmen.
Ruimtelijke consequenties van natuurherstel
Tijdens de sessie over de Landbouw- en natuurverkenning spraken Emma van der Zanden en Daan Boezeman van het PBL over de ruimtelijke consequenties van de verschillende scenario’s en de voorwaarden voor realisatie daarvan. Joks Jansen en Paul Pestman reageerden vanuit respectievelijk wetenschap en beleidspraktijk, waarna een geanimeerd gesprek op gang kwam met een goed gevulde zaal. Het gesprek spitste toe op de ‘synthesevraag’. Waar ligt de common ground van de scenario’s uit de verkenning? En ook, als het Nationaal Programma Landelijk gebied de these was en het schrappen ervan de antithese, wat wordt dan de beleidsmatige synthese voor de toekomst?
Binnenstedelijke verdichting met aandacht voor de buurt
Onder leiding van PBL-onderzoeker Christian Lennartz en BZK-beleidsmedewerker Lisan Jansen Lorkeers vond de sessie ‘Binnenstedelijke verdichting met aandacht voor buurt en bewoners’ plaats. Centraal stonden de vragen welke aspecten van belang zijn om verschillende vormen van binnenstedelijke verdichting goed te laten aansluiten bij diverse bewonersgroepen, en welke rol de Rijksoverheid kan spelen om dit te faciliteren. Er ontstond veel discussie in de zaal. De gedeelde conclusie was dat binnenstedelijke verdichting noodzakelijk is om het woningtekort terug te dringen, maar dat daarbij ook nadrukkelijk aandacht moet blijven voor de leefbaarheid van stedelijke woongebieden.
Toekomstverkenning
De Toekomstverkenning WLO (Welvaart en Leefomgeving) werd gepresenteerd door Jan Ritsema van Eck (PBL), met nadruk op de ruimtelijke uitwerking. Willemieke Hornis (BZK en VRO) reageerde met een beschouwing over de WLO en de Ontwerp-Nota Ruimte in het licht van recente ontwikkelingen zoals de rapporten van de Staatscommissie Demografische ontwikkelingen en 2050 van Wennink, en de veranderende geopolitieke context. Er was een levendige discussie over onderwerpen als de mogelijkheden tot verdere stedelijke verdichting, niet alleen van het wonen maar ook van het werken, degrowth en het regionaal-bestuurlijke “gat” tussen gemeente en provincie.
Digitalisering van de ruimte
Daniëlle Snellen (PBL) presenteerde over de impact van digitalisering op geografie en gebruik van de ruimte. Zij onderscheidde de volgende effecten van digitalisering: betere informatievoorziening en meer keuzemogelijkheden, veranderende geografische functies, een andere reisbeleving, toenemende complexiteit, en effecten op sociaal vlak.
Naomi Bueno de Mesquita en Hans Teerds (lectoren AHK) bespraken het hybride karakter van de publieke ruimte. Burgers ervaren en gebruiken deze steeds vaker fysiek én digitaal tegelijk, terwijl beleid structureel achterloopt. Hun onderzoek ontwikkelde drie analytische perspectieven: het zelf-curerende (a-politieke stad), het identiteit-gedreven (illiberale stad) en het gecommercialiseerde perspectief (neoliberale stad). Bij het vormgeven van de publieke ruimte zou de overheid ook met de digitale aspect rekening moeten houden.
Duitse evenknie van PBL
Het Bundesinstitut für Bau-, Stadt- und Raumforschung (BBSR) is voor ruimtelijke ordening de Duitse evenknie van het PBL. Vier BBSR’ers sessie vertelden in hun sessie over de ruimtelijke opgaven waar Duitsland voor staat. Als eerste introduceerde Jens Kurnol de BBSR en de opgave om de bevolkingsgroei van Duitsland in goede banen te leiden: „Deutschland mit 89 Millionen Menschen“.
Daarna vertelde Moritz Maikämper over de Bau-Turbo, de Duitse aanpak om de bouwopgave te versnellen en Jana Hoymann presenteerde recente scenario’s voor duurzaam landgebruik. Als laatste toonde Anna Hellings strategieën voor klimaatadaptatie en het tegengaan van stedelijke hittestress.
Keynote over circulariteit
Na twee rondes sessies was het de beurt aan de keynote van deze Ruimtedialoog Peter van Assche. Van Assche is onder meer architect bij Bureau SLA en begon zijn meeslepende lezing met de noodzaak van het terugdringen van afval, met het oog op klimaatverandering, milieu en biodiversiteit en focuste met name op de rol die de bouw daarbij speelt in het verleden, heden en toekomst. Vervolgens verbond hij, aan de hand rollen die de ontwerper kan aannemen, zijn conceptuele benadering van de circulaire economie aan een aantal van zijn gebouwde projecten. De aanwezigen beloonden hem met een groot applaus. Bij de afsluitende borrel werd nog lang nagepraat.
Voor de Ruimtedialoog hadden zich ongeveer 700 mensen aangemeld. In de zaal waren 250 stoelen, daarnaast was er de mogelijkheid online mee te kijken.