Werkprogramma monitoring en sturing circulaire economie

Het PBL monitort samen met 7 andere kennisinstellingen de transitie naar een volledig circulaire economie (CE) in 2050 en de voortgang naar het tussendoel van een halvering van het gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030. Ieder jaar brengen deze instituten meerdere rapporten uit, waaronder een 2-jaarlijkse CE Rapportage, met als doel de voortgang van de transitie te monitoren, het circulaire-economiebeleid te evalueren en de overheid te voorzien van de kennis die nodig is om het beleid vorm te geven of bij te sturen.

Het PBL werkt in dit consortium samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML), het Centraal Planbureau (CPB), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), RVO.nl, Rijkswaterstaat , Universiteit Utrecht en TNO, die ieder hun eigen specifieke kennis inbrengen en hierover in verschillende samenstellingen rapporteren. Alle resultaten binnen deze samenwerking worden bijgehouden op deze pagina. 

In het Werkprogramma Monitoring en Sturing Circulaire Economie 2020  ontwikkelt het consortium (onder regie van het PBL) een monitoringssystematiek en gebruikt deze om zowel de transitie naar als de effecten van een circulaire economie in beeld te brengen. Ook is er specifieke aandacht voor het beleid van verschillende overheidslagen en inspanningen van maatschappelijke partijen om de circulaire economie dichterbij te brengen. Daarnaast ontwikkelt het PBL samen met deze partijen rekenmodellen waarmee mogelijke paden naar de circulaire economiedoelen zijn te analyseren en het effect van verschillende beleidskeuzes kunnen worden geanalyseerd.

Het werkprogramma is opgedeeld in 5 ‘werkpakketten’: Rapportages, Transitiemonitoring, Grondstoffen en Effectmonitoring, Scenarioanalyse en modellering en Evaluatie van beleid en maatregelen van bedrijven.