PBL: betrek burger meer bij leefomgevingsbeleid

De afgelopen jaren heeft de Nederlandse overheid het nodige beleid ontwikkeld om de grote leefomgevingsproblemen aan te pakken, maar een structurele kanteling is nog niet ingezet. Het gaat nog steeds niet goed met onze leefomgeving en de opgaven op het vlak van onder meer klimaat, natuur, grondstoffengebruik en woonomgeving worden alleen urgenter. De overheid blijft aan zet, maar de beleidsambities kunnen alleen slagen als die overheid daarbij ook de aansluiting bij de burger weet te vinden. Dat constateert het PBL met zijn tweejaarlijkse rapport 'Balans van de Leefomgeving’. Voor het eerst is daarvoor publieksonderzoek gedaan naar het ervaren van de leefomgeving door de burger.

Klimaatverandering zet wereldwijd door: de effecten en invloed daarvan nemen ook in Nederland zichtbaar toe, maar de inspanningen zijn vooralsnog onvoldoende om de doelen van Parijs te halen. Veel andere milieuproblemen, zoals de plastic soep in oceanen, grote afvalbergen en biodiversiteitsverlies door stikstofdepositie zijn mede het gevolg van een verspillende omgang met grondstoffen. Het verminderen van de stikstofdepositie vergt keuzes waarbij strijdige belangen van boeren, de bouw en natuurherstel met elkaar in overeenstemming moeten worden gebracht. Tegelijkertijd neemt de verstedelijking van de buitenruimte in Nederland toe, ook in de nabije toekomst.

Overheid moet aansluiting vinden bij burger

“Wat het aanpakken van deze grote problemen betreft is er de afgelopen jaren in ons land veel  beleid ontwikkeld”, stelt Hans Mommaas, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. “Maar de burger is daarbij nog te weinig in beeld. Enerzijds lukt het de overheid nog maar mondjesmaat om burgers te betrekken bij het beleid en hen te motiveren zelf een bijdrage te leveren, de zogenaamde ‘voorlopers’ uitgezonderd. Anderzijds wordt er (te) veel van individuele burgers verwacht.”

Volgens het PBL moet de overheid meer verantwoordelijkheid nemen voor collectieve zaken zoals een stabiel en duurzaam energiesysteem, een robuust natuurnetwerk en een gezonde leefomgeving. Daarenboven moet ze burgers de ruimte en mogelijkheid bieden om in beweging te komen en stappen te zetten voor de (eigen) leefomgeving.

Een echte kanteling richting een betere leefomgeving is alleen mogelijk als de bredere samenleving in beweging komt.

Meerderheid maakt zich zorgen om betaalbaarheid van leefomgevingsbeleid

Uit het publieksonderzoek blijkt dat een meerderheid van de Nederlanders een betere leefomgeving belangrijk vindt, maar zich ook zorgen maakt om de betaalbaarheid van het beleid en om de verdeling van de lasten. Daarbij zijn er de nodige verschillen: zo maken respondenten met een benedenmodaal inkomen zich vaker zorgen over de kosten van de energietransitie en de betaalbaarheid van duurzaam voedsel en zijn lager opgeleide respondenten eerder geneigd te vinden dat de inzet voor de leefomgeving nu wel voldoende is. Ook zijn er verschillen tussen jongeren en ouderen en tussen stadsbewoners en bewoners van het landelijk gebied, maar van een tweedeling is vooralsnog geen sprake.

Mommaas: “Het is zaak dat er meer aandacht komt voor de verschillen in de samenleving, en voor wat mensen willen, weten en kunnen met betrekking tot de leefomgeving. Een echte kanteling richting een betere leefomgeving is alleen mogelijk als de bredere samenleving in beweging komt.”

Gerelateerd

Over het onderwerp:

Duurzame ontwikkeling

Door duurzame ontwikkeling wordt voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder dat daarmee de behoeften van toekomstige generaties in gevaar worden gebracht.

Meer over duurzame ontwikkeling