PBL: aanscherping noodzakelijk voor definitieve Nota Ruimte
De Ontwerp-Nota Ruimte biedt goede uitgangspunten om de complexe uitdagingen van woningbouw, energie, water en natuur aan te pakken, maar duidelijkere ruimtelijke kaders van het Rijk zijn nog nodig. Dat concludeert het PBL op basis van een grondige analyse, op verzoek van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dat de ontwerpnota interdepartementaal is opgesteld én gedragen getuigt van bestuurlijke ambitie, onderlinge samenwerking en een gedeeld besef van urgentie. Voor de uitwerking naar een volwaardige omgevingsvisie biedt het PBL in de Reflectie Ontwerp-Nota Ruimte aanbevelingen voor aanscherping.
In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt terecht geconstateerd dat ruimte schaars is, maar tegelijkertijd roept het Rijk om meer plek voor zowel wonen, bedrijven, defensie en energie. De vraag of het met minder kan wordt nauwelijks gesteld. Het is essentieel de bestaande ruimte efficiënter te gebruiken, adviseert het PBL, beter te onderbouwen waarom er voor een activiteit meer ruimte nodig is, en keuzes te maken over welke activiteiten met minder ruimte toe kunnen.
Woningbouwopgave
De woningbouwopgave is in de ontwerpnota nog niet goed verbonden met andere belangrijke aspecten van stedelijke ontwikkeling, zien de PBL-onderzoekers. “Het Rijk zet in op woningbouw in regio’s waar de bevolkingsontwikkeling historisch gering was en de vraag naar woningen relatief laag”, zegt David Hamers, programmaleider bij het PBL. “Dat is riskant. Woningbouw moet aansluiten bij de vraag. Mensen hebben woningen nodig met werk, recreatiemogelijkheden en voorzieningen binnen bereik.”
Noodzakelijke voorwaarden
Ook ziet het PBL dat ruimtelijke ontwikkelingen stuk dreigen te lopen op een gebrekkige energie- en drinkwatervoorziening of stikstofproblemen. Dat zijn allemaal noodzakelijke voorwaarden voor succesvolle stedelijke ontwikkeling, die de definitieve Nota Ruimte sterker zouden maken. En: het Rijk maakt in de ontwerpnota wel duidelijk dat woningbouwlocaties beter bestand moeten zijn tegen wateroverlast, overstroming en bodemdaling, maar deze voorwaarden moeten nog doorwerken in de keuze van de voorgestelde woningbouwlocaties.
Wat energie en ruimte betreft, adviseert het PBL om in de definitieve Nota Ruimte meer samenhang aan te brengen tussen deze thema’s. Opwekking van energie en nieuwe hoogspanningsverbindingen hebben ruimte nodig. Nieuwe tracés vragen niet alleen om een goede inpassing in het bestaande landschap, maar vormen ook het nieuwe landschap, doordat ze toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen sturen. Dat vraagt om een betere afstemming tussen de energieplanning en ruimtelijke ordening. Het is van belang dat het Rijk aangeeft waar energie-infrastructuur wonen en bedrijvigheid moet ondersteunen en waar niet.
Op het vlak van natuur en landbouw constateert het PBL dat het Rijk onvoldoende ruimte maakt voor de extra natuur die nodig is om de natuurdoelen te bereiken. Voor de noodzakelijke verbetering van de waterkwaliteit dringt de tijd; de ruimtelijke ingrepen die daarvoor nodig zijn blijven in de ontwerpnota nog onderbelicht.
Grote uitdagingen in de leefomgeving
“Nederland staat voor grote uitdagingen in de leefomgeving. Dit vergt een duurzame inrichting van het land. Doordat eerdere kabinetten de Rijkssturing op het ruimtelijke domein hebben afgebouwd, zijn belangrijke keuzes op de nationale schaal uitgesteld. Decentrale overheden en maatschappelijke partners hebben kaders nodig om hun beleid af te stemmen”, stelt David Hamers. “De inzet van deze Ontwerp-Nota Ruimte om weer actief te sturen op de kwaliteit van de leefomgeving en het ruimtegebruik van diverse sectoren beter op elkaar af te stemmen zien we als heel positief. Verder uitwerken van deze brede aanpak in de definitieve Nota is essentieel om de complexe problemen van Nederland effectief aan te pakken.”
Het PBL heeft in zijn analyse zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de meest recente inzichten uit onderzoek. Deze Reflectie op de Ontwerp-Nota Ruimte wordt op 22 januari overhandigd aan Marjolein Jansen, directeur-generaal Ruimtelijke Ordening van het ministerie van VRO, tijdens de vierde PBL Ruimtedialoog, de conferentie over ruimtelijk onderzoek bij het PBL.