Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Economische effecten van CO2-beprijzing: varianten vergeleken

Rapport | 07-06-2019

De wenselijkheid van extra beprijzing van CO2-emissies in Nederland is onderwerp van debat; economen zien effectief en efficiënt klimaatbeleid, tegenstanders vrezen sluiting van bedrijven in de energie-intensieve industrie. In het kader van een te sluiten Klimaatakkoord wordt volop gediscussieerd over nut en noodzaak van beprijzing van CO2-emissies. Deze policy brief analyseert verschillende opties voor beprijzing tegen de achtergrond van de kabinetswens om een voorloper te zijn in CO2-uitstootreductie en tegelijkertijd verplaatsing en andere neveneffecten te beperken. 

De policy brief laat zien hoe verschillende manieren om CO2 te beprijzen, bij een gegeven doelstelling voor CO2-uitstootreductie, scoren op verschillende criteria, zoals de omvang van CO2-weglek en de welvaart van consumenten. We laten ook zien hoe de effecten veranderen als de heffingsopbrengsten niet alleen worden teruggesluisd naar huishoudens, maar ook voor een deel worden aangewend voor subsidies op schone technologie in de industrie.

Uniforme CO2-prijs verdient de voorkeur

Een uniforme CO2-prijs, waarbij iedereen hetzelfde betaalt voor zijn CO2-uitstoot, verdient de voorkeur vanuit het oogpunt van kosteneffectiviteit. Simulaties van verschillende varianten van CO2-beprijzing laten zien dat de CO2-uitstoot relatief goedkoop kan worden gereduceerd bij de energie-intensieve industrie en de elektriciteitsopwekking. Er hoeft dan minder een beroep te worden gedaan op bijvoorbeeld de gebouwde omgeving, waar al hoge impliciete belastingen gelden en verdere uitstootreductie relatief duur is. Dit reduceert de kosten van klimaatbeleid, wat gunstig is voor de welvaart. De variant die alleen gericht is op de energie-intensieve industrie kent deze voordelen veel minder.

Een uniforme CO2-prijs in Nederland leidt wel tot het weglekken van meer CO2 (d.w.z. het verplaatsen van activiteiten en bijbehorende emissies naar het buitenland). Dit blijkt te kunnen worden beperkt door specifieke terugsluisopties, maar internationale beleidscoördinatie – zelfs alleen met buurlanden - helpt ook.

 

 

Auteur(s)Herman Vollebergh, Gerbert Romijn, Joep Tijm, Corjan Brink en Johannes Bollen
Rapportnr.3698
Publicatiedatum07-06-2019
Pagina's17
TaalNederlands