Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Klimaateffecten door gebruik van hout voor bio-energie

Rapport | 12-08-2013
Stapel hout in het bos

Het kappen van bomen voor bio-energie – als vervanging van fossiele brandstoffen - brengt het risico met zich mee dat de uitstoot van CO2 eerst vele jaren stijgt voordat deze daalt. Het kan wel 100 jaar duren voordat er sprake is van een vermindering. Rest- en afvalhout heeft dit nadeel niet of in veel mindere mate. Als houtkap gaat toenemen om meer energie uit biomassa op te wekken, dan kan dit het bereiken van de CO2-doelen voor 2020 en 2050 eerder moeilijker maken dan dichterbij brengen. 

Duurzaamheidscriteria moeten toename CO2-uitstoot voorkomen

Bij ambitieuze beleidsdoelen voor hernieuwbare energie en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen kan de vraag naar hout toenemen: gebruik van houtresten uit de bossen, meer houtkap of nog meer inzet van houtafval. Op Europees niveau worden duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa voorbereid. Die criteria zullen cruciaal zijn om te voorkomen dat klimaatbeleid gericht op CO2-vermindering in 2020, 2030 of 2050 in deze periode juist leidt tot stijgende CO2-emissies.

Bio-energie uit afvalhout beter dan uit gekapt hout

In het geval van houtresten, die in het bos langzaam wegrotten, kan het bij directe verbranding voor benutting van de energie enkele – soms enkele tientallen - jaren duren voordat er daadwerkelijk vermindering van de CO2-uitstoot optreedt. In vele bossen zouden zonder extra kap de bomen flink doorgroeien met een grote CO2-opname is als gevolg. De nieuwe aanplant groeit in de eerste jaren veel minder snel. Het vraagt dus niet alleen tijd om na het kappen de bomen terug laten groeien, maar ook om te compenseren voor het tijdelijke verlies aan CO2–opname. Dan duurt het in veel gevallen meer dan 100 jaar, voordat er een vermindering van CO2 in de atmosfeer optreedt ten opzichte van de situatie met fossiele brandstoffen.

Het blijft daarom gunstiger om gekapt hout eerst toe te passen als bouw- of productiemateriaal en de koolstof voor lange tijd in houten producten vast te houden. Er kan dan echter op korte termijn niet veel meer afvalhout beschikbaar komen voor energie.

Deze PBL (Planbureau voor de Leefomgeving)-studie is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Alterra Wageningen UR heeft in opdracht van Agentschap NL dit project ondersteund

Auteur(s)Jan P.M. Ros; Jelle G. van Minnen; Eric J.M.M. Arets
Rapportnr.1182
Publicatiedatum13-08-2013
Pagina's47
TaalEngels