De economische vitaliteit van kleine kernen

09-01-2015 | Publicatie

Diverse media schetsen een beeld van toenemende polarisatie tussen groeiende steden en het platteland waar men wegtrekt vanwege een terugloop in werkgelegenheid en voorzieningen. De economische vitaliteit van kleine kernen in Nederland ligt echter genuanceerd.

 

Het PBL heeft samen met de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) de ontwikkeling van de bevolking, de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau in plattelandskernen in heel Nederland over de afgelopen tien jaar geanalyseerd. Daarbij is gekeken naar verschillen tussen grotere en kleinere kernen en naar verschillen tussen regio’s binnen Nederland.

Ontwikkeling voorzieningenniveau

De groei van het aantal woningen en het aantal arbeidsplaatsen vlakt af naarmate de plattelandskernen verder van de Randstad liggen. Alleen in de kleinste kernen tot 2000 woningen is het patroon in werkgelegenheid omgekeerd: in de periferie groeit de werkgelegenheid in deze kleine kernen relatief juist het sterkst. Rondom de Randstad lijkt zich een verdergaande schaalvergroting voor te doen, waarbij de kleinste kernen zich ontpoppen als woondorpen waarvan de inwoners vooral naar andere plaatsen reizen om te werken en om gebruik te maken van voorzieningen. Waar het voorzieningenaanbod terugloopt, heeft dit overigens nauwelijks gevolgen voor de hoeveelheid voorzieningen per duizend inwoners. Met andere woorden, de ontwikkeling in voorzieningenniveau wijkt in plattelandskernen – met uitzondering van het bankwezen - niet veel af van de landelijke trend.