De toekomst van kantoren

02-03-2017 | Publicatie

De kantorenleegstand daalt sinds 2016 licht, na een jarenlange toename. Eveneens nemen de prijzen van kantoren en het transactievolume recentelijk weer toe. Dit is de trend van het recente verleden en mogelijk de nabije toekomst. Maar hoe ziet de behoefte aan kantoren er op middellange en lange termijn uit? Werken er dan nog steeds zoveel mensen in de kantoren zoals we die nu kennen? En zo niet, wat betekent dat dan voor de bestaande kantorenvoorraad?

In deze studie werken we de kantoorbehoefteraming, in navolging van de WLO, uit voor een hoog en een laag scenario en voor twee verschillende horizonnen: 2030 en 2050. Daarnaast kiezen we ervoor om die scenario’s uit te werken voor Nederland, de twaalf provincies en de vier grootste kantorenmarktregio’s (de COROP-regio’s Groot-Amsterdam, Rijnmond en Agglomeratie ’s-Gravenhage en Utrecht).

Doel van deze beleidsstudie is te komen tot kantoorruimtebehoeftescenario’s voor Nederland, per provincie en voor de grootste stedelijke regio’s in 2030 en 2050, afgezet tegen de huidige kantorenvoorraad, rekening houdend met de voornaamste onzekerheden.

Het gaat dus nadrukkelijk om een behoefte- of vraagraming, niet om een raming van het aanbod of de voorraad. Wel zal de toekomstige behoefte worden afgezet tegen de huidige voorraad ter duiding van de orde van grootte. De toekomstige voorraadontwikkeling zullen we niet ramen omdat er te veel onzekerheden bestaan zoals over de fysieke, economische en functionele veroudering van bestaande kantoren, de toekomst van fiscale en omgevingsrechtelijke regels die betrekking hebben op sloop en transformatie en de ruimtebehoefte van andere segmenten zoals de woningmarkt.