Nederland voldoet aan de Kyoto-verplichting uitstoot broeikasgassen

09-09-2013 | Publicatie

Nederland komt zijn verplichting om in het kader van het Kyoto Protocol de uitstoot van broeikasgassen te reduceren na. De totale uitstoot van broeikasgassen kwam in de periode 2008-2012 volgens de nog voorlopige cijfers van het CBS uit op 999 miljoen ton CO2-equivalenten. Uit cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit blijkt dat de Nederlandse overheid meer dan voldoende emissierechten beschikbaar heeft om deze uitstoot te vereffenen.

Kyoto Protocol: uitstoot reduceren met 6%

Met de ondertekening van het Kyoto Protocol heeft Nederland zich vastgelegd om in de periode 2008-2012 de uitstoot van broeikasgassen met gemiddeld 6% te reduceren ten opzichte van het Kyoto-basisjaar (een optelling van de CO2-equivalenten van koolstofdioxide, lachgas en methaan in 1990 en die van de fluorhoudende gassen in 1995). Deze verplichting komt overeen met een maximale uitstoot van 1.001 miljoen ton CO2-equivalenten voor deze periode. Extra uitstoot boven deze emissieruimte was toegestaan als deze vereffend zou worden door de aankoop van emissierechten van andere landen of uit buitenlandse projecten waarmee de uitstoot van broeikasgassen wordt gereduceerd. Voor nakoming van de Kyoto-verplichting moet namelijk evenveel emissierechten worden ingeleverd als de totale uitstoot in de periode 2008-2012.

Meer dan voldoende emissierechten voor bedrijven en overheid

De Nederlandse emissieruimte is verdeeld over bedrijven die onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) vallen en sectoren die dat niet doen (niet-ETS). ETS-bedrijven, veelal grote industriële bedrijven en elektriciteitscentrales, waren zelf verantwoordelijk om voldoende emissierechten in te leveren. Uit cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit blijkt dat ETS-bedrijven voldoende emissierechten hebben ingeleverd. Zij hebben zelfs meer emissierechten ontvangen dan zij uiteindelijk in de periode 2008-2012 nodig hadden om hun uitstoot te vereffenen.

Voor de niet-ETS-sectoren, onder andere transport, landbouw, woningen en kleinere bedrijven, is de overheid verantwoordelijk. Die heeft beleid gevoerd om de uitstoot te verminderen en om buitenlandse rechten aan te kopen. De uitstoot in de niet-ETS-sectoren was echter hoger dan de toebedeelde emissieruimte. Om dit tekort te vereffenen heeft de overheid meer dan voldoende emissierechten aangekocht van andere landen en uit buitenlandse projecten. Daarmee kan de Nederlandse overheid voldoende emissierechten inleveren om de Kyoto-verplichting na te komen.

ETS bedrijven houden emissierechten over

In periode 2008-2012 bedroeg de totale uitstoot van Nederlandse ETS-bedrijven 406 miljoen ton CO2-equivalenten, terwijl zij 421 miljoen emissierechten gratis toegewezen hebben gekregen. Daardoor hebben ETS-bedrijven 15 miljoen rechten meer rechten toegewezen gekregen dan zij nodig hadden om hun uitstoot te vereffenen. Dit valt met name te verklaren door de economische crisis vanaf 2008, waardoor de uitstoot van broeikasgassen lager uitviel dan verwacht. Desondanks hebben bedrijven ook nog 29 miljoen emissierechten ingeleverd die van buitenlandse projecten zijn aangekocht, omdat deze vaak aanzienlijk goedkoper waren dan Europese emissierechten. Daarnaast hebben bedrijven emissierechten kunnen aankopen van andere bedrijven en op veilingen. Daarmee hadden ETS-bedrijven de beschikking over ten minste 44 miljoen emissierechten méér dan zij gezamenlijk nodig hadden om hun uitstoot te vereffenen. Dit overschot kunnen ETS-bedrijven in principe weer gebruiken voor de ETS handelsperiode tussen 2013-2020.

Overheid kocht ruim voldoende emissierechten aan in het buitenland

Voor sectoren die niet onder ETS vallen bedroeg de totale uitstoot in de periode 2008-2012 volgens de voorlopige statistieken 594 miljoen ton CO2-equivalenten. Daarmee ligt de uitstoot 30 miljoen ton CO2-equivalenten boven de emissieruimte van 564 miljoen ton CO2 die aan de niet ETS sectoren was toebedeeld. De Nederlandse overheid heeft echter rekening gehouden met een tekort en heeft daarom vroegtijdig emissierechten van andere landen en uit buitenlandse projecten aangekocht. Volgens cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit had de overheid per 31 juli 2013 de beschikking over 45 miljoen aangekochte emissierechten. Dit aantal zal nog oplopen omdat nog niet alle emissierechten zijn geleverd door de gecontracteerde projecten. Uiteindelijk verwacht de overheid ongeveer 48 miljoen emissierechten beschikbaar te hebben. Daarmee is er een overschot van zo’n 18 miljoen rechten. Om in te spelen op grote onzekerheden over de uitvoering van de buitenlandse projecten en onzekerheid over het uiteindelijke tekort zelf, is er meer aangekocht dan – achteraf gezien – noodzakelijk was. Deze overtollige rechten zouden kunnen worden geannuleerd, verkocht of ingezet voor klimaatdoelen na 2012.

Overigens wordt de uiteindelijke vaststelling van de emissiestatistieken begin 2015 verwacht. Dan zal definitief worden bepaald of landen hun verplichting uit het Kyoto Protocol zijn nagekomen.

Nederland krijgt nieuwe Kyoto doelstelling voor na 2012

Eind 2012 zijn er afspraken gemaakt tussen landen over de verlenging van het Kyoto Protocol. De landen die aan die verlening mee gaan doen, hebben afgesproken om de broeikasgasemissies in de periode 2013 tot en met 2020 gezamenlijk met 18 % te reduceren ten opzichte van het Kyoto-basisjaar. De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld om de uitstoot minstens met 20% te reduceren tussen 2020 en 1990. Hoe deze reductiedoelstelling verder wordt verdeeld over de Europese lidstaten is nog niet duidelijk.