Nederlandse broeikasgasemissies 1990-2009

01-07-2011 | Publicatie

In 2009 is de totale broeikasgasemissie van Nederland met ongeveer drie procent gedaald ten opzichte van de emissie in 2008. Deze daling komt vooral door een lagere industriële productie als gevolg van de economische crisis. De totale broeikasgasemissie in 2009 bedraagt 198,9 Teragram (Megaton of miljard kilogram) CO2-equivalenten.

Nederlandse broeikasgasemissies gedaald

Ten opzichte van het basisjaar 1990 met een broeikasgasemissie van 213,2 Teragram CO2-equivalenten is de daling naar 198,9 Teragram CO2-equivalenten een afname van bijna 7%. In deze getallen zijn de emissies afkomstig uit het soort landgebruik en de verandering daarin, zoals natuurontwikkeling of ontbossing (land use, land use change and forestry, LULUCF), niet meegenomen.

Nederland voldoet aan de nationale rapportageverplichting

Met deze inventarisatie voldoet Nederland aan de nationale rapportageverplichtingen voor 2011 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC), van het Kyoto Protocol en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. De inventarisatie bevat verder trendanalyses voor de emissies van broeikasgassen in de periode 1990-2009, een analyse van belangrijkste emissiebronnen (sleutelbronnen), evenals een analyse van de onzekerheid in de emissies daarvan. Daarnaast biedt de inventarisatie documentatie van de gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren. Ten slotte bevat het een overzicht van het kwaliteitssysteem en de validatie van de emissiecijfers door de Nederlandse Emissieregistratie.

Rol van het Planbureau voor de Leefomgeving in nationale broeikasgasinventarisatie

Tot voor kort was het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) intensief betrokken bij de inventarisatie van de emissies. De taken zijn grotendeels overgenomen door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het PBL is nog wel lid van de verschillende taakgroepen, bijvoorbeeld de taakgroepen voor de sectoren verkeer en landbouw.De taakgroepen leveren cijfers en keuren ze goed, bewaken de kwaliteit en de robuustheid van de methode, houden nieuwe wetenschappelijke inzichten bij en implementeren zo nodig nieuwe methodes. Dankzij de betrokkenheid bij de taakgroepen is het PBL op de hoogte van de ontwikkelingen rond emissies en kan het PBL verkenningen en ramingen uitvoeren en opties doorrekenen.