Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Opties voor Europees klimaat- en energiebeleid na 2020

Rapport | 14-05-2013
Foto van de Eemscentrale met twee windmolens

De Europese Unie streeft naar een 80% vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2050. Om zo’n  drastische vermindering te bereiken, moet de vernieuwing van het energiesysteem voortvarender worden opgepakt. Alleen een emissiereductiedoelstelling voor de komende jaren is niet genoeg. Die zal hand in hand moeten gaan met beleid en doelen voor energie-innovatie en energiebesparing.

Discussie over EU klimaat- en energiedoelen na 2020

Op weg naar haar doel voor 2050 heeft de EU klimaat- en energiedoelen vastgesteld voor 2020. Voor de periode daarna zijn die er echter nog niet. Daarover wordt momenteel nagedacht. Op verzoek van de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken bekeken PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en Ecofys welke beleidsaanpak en (tussen)doelstellingen voor het jaar 2030 de transitie naar een CO2-arme economie in 2050 het beste stimuleren.

Beprijzen van emissies belangrijk maar niet voldoende

Het beprijzen van broeikasgasemissies met het huidige Europese emissiehandelssysteem (ETS) is een effectieve en efficiënte manier om op de korte termijn emissies te verminderen. Een structureel hogere CO2-prijs, die bijvoorbeeld kan worden bereikt door het instellen van een bodemprijs in combinatie met een krapper plafond, kan een belangrijke stimulans vormen voor CO2-arme innovaties. Maar daarmee alleen komen innovaties en energiebesparing onvoldoende van de grond.

Stimuleren innovatie niet hetzelfde als stimuleren hernieuwbare energie

De afgelopen jaren heeft de generieke Europese doelstelling voor een aandeel van 20% hernieuwbare energie in 2020 een stimulans gegeven aan een aantal innovatietrajecten die op de lange termijn van belang zijn om een CO2-arme economie te realiseren. Maar niet alle hernieuwbare energie is innovatief of duurzaam (zoals sommige soorten biobrandstoffen of het meestoken van hout in kolencentrales).

Zo biedt de doelstelling voor hernieuwbare energie nauwelijks stimulans voor meer innovatieve biomassatoepassing, zoals de verwerking van houtachtige gewassen en reststromen tot biobrandstoffen en groen gas – een technologie die voor vergaande emissiereductie op de langere termijn cruciaal is. De doelstelling kan immers met goedkopere opties worden gehaald, zoals door het bij- en meestoken van biomassa in kolencentrales. Bovendien dekken de huidige duurzaamheidscriteria slechts een deel van de duurzaamheidsrisico’s af (in geval van biobrandstoffen), of ontbreken nog geheel (in geval van hout). Met name zijn er risico’s dat een toenemende vraag naar biomassa leidt tot ontginning van nu nog natuurlijke gronden, waardoor de koolstof uit de oorspronkelijke vegetatie en bodem vrijkomt.

Op energiegebied zou innovatie beter kunnen worden gestimuleerd door het stellen van specifiekere doelen voor het inzetten van innovatieve CO2-arme technologieën zoals innovatieve biomassaconversie (anders dan directe verbranding) en afvang en opslag van CO2 (Carbon Capture and Storage, CCS)

Normstelling van belang voor realiseren energiebesparing

Ook veel energiebesparingsmaatregelen zijn weliswaar rendabel maar worden toch niet genomen, omdat particulieren en bedrijven soms liever iets anders met hun geld doen of omdat degenen die vooraf de kosten moeten maken niet degenen zijn die daarna profiteren van een lagere energierekening. Ook hier is meer gericht beleid nodig, zoals bijvoorbeeld normstelling voor de energieprestatie van gebouwen en emissienormen voor nieuwe auto’s.

Meer informatie

Auteur(s)Robert Koelemeijer, Jan Ros, Jos Notenboom, Pieter Boot, Heleen Groenenberg, Thomas Winkel
Rapportnr.1082
Publicatiedatum15-05-2013
ISBN978-94-91506-37-6
Pagina's50
TaalEngels