Stedelijke verdichting: een ruimtelijke verkenning van binnenstedelijk wonen en werken

29-02-2012 | Publicatie

Verdichting en bundeling van de verstedelijking zijn al decennialang leidende principes in het Nederlandse ruimtelijk beleid. De beleidsambities hebben geleid tot het compact houden van nieuwe uitleglocaties maar niet tot een toename van de binnenstedelijke verdichting van woningen en banen. Het aantal inwoners binnen het bestaand bebouwd gebied is in de periode 2002-2008 zelfs afgenomen.

De nationale doelstellingen voor binnenstedelijke verdichting uit eerdere nota’s zijn inmiddels losgelaten. Steden en stedelijke regio’s hebben echter nog steeds hoge ambities betreffend verdichting binnen het bestaand bebouwd gebied. Bovendien kunnen de verdichtingsambities van steden bijdragen aan doelstellingen van het Rijk om de leefbaarheid en de bereikbaarheid van stedelijke gebieden te verbeteren en de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzoekt in deze studie de binnenstedelijke ontwikkelingen in de periode 1996-2008, geeft inzicht in ruimtelijke mogelijkheden voor toekomstige verdichting en noemt aandachtspunten voor het beleid.

Minder verdichting tussen 2002 en 2008

Ondanks de beleidsambities op het gebied van binnenstedelijke verdichting in de afgelopen jaren, heeft in de periode 2002-2008 minder verdichting van woningen en banen plaatsgevonden in het bestaand bebouwd gebied, dan in de periode 1996-2002. Het aantal inwoners binnen het bestaand gebied is tussen 2002 en 2008 zelfs afgenomen. De afname van het aantal binnenstedelijke inwoners kan worden verklaard door verhuizingen naar uitleglocaties (vooral van grote huishoudens) en de afname van de gemiddelde woonbezetting binnen het bestaand bebouwd gebied.

Figuur: staafdiagram dat aangeeft dat er tussen 2002 en 2008 minder woningen en inwoners in bebouwd gebied zijn

Regionale verschillen

De binnenstedelijke ontwikkelingen in de periode 1996-2008 verschillen per regio en per stad. In Amsterdam, Utrecht, Amersfoort, Nijmegen, Tilburg en Breda was er sprake van een relatief sterke toename van het aantal woningen en banen binnen het bestaand bebouwd gebied. Het aantal binnenstedelijke inwoners nam relatief sterk toe in Utrecht, Amersfoort, Breda en Nijmegen, terwijl er in Den Haag, Rotterdam, Heerlen, Sittard-Geleen, Maastricht, Emmen en Alkmaar sprake was van een relatief sterke afname van inwoners binnen het bestaand bebouwd gebied.

Toekomstige locaties

Binnen het bestaand bebouwd gebied zijn er nog veel ruimtelijke mogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Veel stedelijke gebieden, zoals verouderde bedrijventerreinen, locaties aan de stadsrand en terreinen langs infrastructuur, worden gekenmerkt door extensief ruimtegebruik. Mogelijke gebieden voor toekomstige verdichting zijn transformatielocaties van bedrijventerreinen, herstructureringslocaties en locaties aan de binnenkant van de stadsrand. Daarnaast zijn ook in de omgeving van treinstations en hoogwaardig openbaar vervoer ruimtelijke mogelijkheden voor stedelijke verdichting te vinden. De ontwikkeling van compacte bebouwing in de omgeving van treinstations sluit goed aan bij het doel van het kabinet om de bereikbaarheid te verbeteren.

Aandachtspunten voor het beleid

Ondanks het loslaten van het nationale compactestadbeleid in de recente structuurvisie, zullen strategieën voor bundeling en verdichting van de verstedelijking nauw verbonden blijven met de centrale ambities van het Rijk. In het bijzonder de hoofddoelen om de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken en de leefbaarheid en de bereikbaarheid van stedelijke gebieden te verbeteren. Concentratie van wonen, werken en voorzieningen in stedelijke regio’s speelt daarbij een centrale rol. In de gebieden van nationaal belang, zoals de in de structuurvisie genoemde main-, brain- en greenports, en rond grootschalige infrastructuurprojecten kunnen Rijk en regio in hun gebiedsgerichte (programmatische) afspraken aandacht besteden aan de wensen en mogelijkheden met betrekking tot verdichting. Daarnaast hebben overheden ook met minder financiële middelen mogelijkheden om binnenstedelijk bouwen te stimuleren, bijvoorbeeld door middel van informatievoorziening en voorbeeldprojecten. Voorbeeldprojecten kunnen dienen als inspiratiebron voor hoogwaardige ontwerpoplossingen op goed bereikbare plekken, met een menging van wonen en werken, een aantrekkelijke openbare ruimte en voldoende groen en voorzieningen in de omgeving.