Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Demografie en economie in de nationale energieverkenning 2015

Rapport | 07-04-2016

De Nationale Energieverkenning 2015 (NEV2015) geeft een beschrijving van Nederlandse energiehuishouding tot en met 2030. De ontwikkelingen in de energiehuishouding zijn afhankelijk van de demografische en economische ontwikkelingen. Voor de NEV 2015 is daarom een referentiepad opgesteld tot 2030. Dit achtergronddocument geeft aan hoe dit referentiepad is bepaald. Naast de demografische en macro-economische ontwikkelingen wordt ook ingegaan op de economische ontwikkelingen van de productiesectoren en veranderingen in het consumptiepatroon.

Potentiële beroepsbevolking groeit nauwelijks

De bevolking groeit naar verwachting tot 17,7 miljoen inwoners in 2030.  Door de vergrijzing zal de potentiële beroepsbevolking vanaf ongeveer 2025 afnemen, ondanks een verdere toename van de AOW-leeftijd, en uitkomen op 11,3 miljoen personen in 2030. Omdat de potentiële beroepsbevolking nog nauwelijks groeit, zal ook werkgelegenheidsgroei tot 2030 gering zijn. En dat heeft tot gevolg dat de economische groei de komende vijftien jaar niet meer het niveau van voor de economische crisis zal bereiken. Tot 2030 verwachten we een gemiddelde groei van ongeveer 1¾ procent per jaar.

De dienstensector kent een hogere groei dan de andere productiesectoren, zowel voor bruto toegevoegde waarde als werkgelegenheid. In 2030 is bijna tachtig procent van de bruto toegevoegde waarde en meer dan tachtig procent van de werkgelegenheid afkomstig uit de dienstensector. De groei van het aandeel van de dienstensector in de werkgelegenheid komt voor het overgrote deel door de relatief hoge groei van de kwartaire diensten (overheid, onderwijs en zorg), terwijl de groei van het aandeel in de toegevoegde waarde vooral door de commerciële dienstverlening komt.

Wissseld toekomstbeeld energie-intensieve sectoren

De aluminiumproductie zal naar verwachting krimpen en de raffinaderijen en de kunstmestindustrie kennen tot 2030 een relatief lage groei. Daar tegenover staan sectoren als de voedingsmiddelenindustrie, de ijzer- en staalindustrie en de elektrische apparatenindustrie, waarvan de groei tot 2030 bijna even hoog is als de macro-economische groei.

Auteur(s)Eric Drissen
Rapportnr.2395
Publicatiedatum08-04-2016
Pagina's37
TaalNederlands