Wat betekenen politieke keuzes voor de Nederlandse biodiversiteit?

29-06-2021 | Artikel

Hoewel de Tweede Kamerverkiezingen achter ons liggen, bieden de partijprogramma’s een mooie staalkaart van de politieke voorkeuren voor het natuur- en landbouwbeleid. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft de onderliggende beleidspakketten op hun effecten geanalyseerd. Welke strategische keuzes maken politieke partijen op het snijvlak van natuur en landbouw? En welke effecten zouden daarvan te verwachten zijn voor de biodiversiteit in Nederland?

In dit artikel worden de verschillende keuzes die de partijen maken besproken. Dat biedt inzicht in de verschillende politieke perspectieven op natuur en landbouw en wat de consequenties daarvan kunnen zijn voor de biodiversiteit.

Foto Stal bij Bilthoven en koeien in een weiland

Uiteenlopende strategieën

De maatregelen van alle partijen dragen bij aan een verdere biodiversiteitswinst, hoewel er wel duidelijke verschillen zijn in de mate waarin die verbetering plaats zal vinden. Ook maken de partijen duidelijk verschillende strategische keuzes om biodiversiteitswinst te boeken. Ten eerste gaat het om de vraag of partijen met hun maatregelpakket het accent leggen op herstel van bestaande natuur of op het omzetten van landbouwgrond naar nieuwe natuur. Het tweede verschil betreft de manier waarop partijen de stikstofdepositie op de natuur door de landbouw willen verminderen. Dat kan door krimp van veestapel en extensivering van de landbouw of door technologische innovatie. Ten derde zet een deel van de partijen ook in op verbeteren van de natuur in het agrarisch gebied door substantieel budget vrij te maken voor het agrarisch natuur- en landschapsbeer.

Strategische keuzes in samenhang

Elke keuze heeft zijn effect op de biodiversiteit en onzekerheid. Partijen die alle maatregelen combineren en daar ook voldoende budget voor beschikbaar stellen, bereiken de hoogste biodiversiteitswinst. Op korte termijn levert nieuwe natuur per bestede euro minder biodiversiteitswinst op dan herstel van bestaande natuur, omdat de opkoop van grond voor nieuwe natuur relatief kostbaar is. Maar om de afgesproken doelen volgens de Vogel- en Habitatrichtlijnen op de lange termijn te halen is een investering in de uitbreiding met nieuwe natuur wel noodzakelijk. De verwachting is dat een integrale aanpak op de lange termijn extra kansen biedt voor de biodiversiteit.