Werkzekerheid en de start op de arbeidsmarkt: de rol van de regio

08-02-2019 | Publicatie

Deze notitie laat zien dat regionale omstandigheden van invloed zijn op de kans dat starters in de eerste vijf jaar van hun loopbaan werk kunnen behouden. Voor starters uit de periferie of een grootstedelijke agglomeratie is de kans op een werkzeker begin van hun loopbaan kleiner dan voor starters uit de rest van het land. Deze regionale verschillen hangen samen met de mate van jeugdwerkloosheid, maar ook met hoeveel banen bereikbaar zijn en hoe die banen aansluiten bij de opleiding die de starters hebben gevolgd.

Starters uit de periferie hebben 4% minder kans op een loopbaanbegin waarin ze bijna altijd werk hebben en veelal in vast dienstverband dan vergelijkbare starters uit de Randstad. Ook starters uit de grootstedelijke agglomeraties hebben een iets kleinere kans op zo’n begin van de loopbaan dan starters uit de niet-stedelijke gemeenten (verschil van ruim 2%). Het verschil tussen de starters uit de grootstedelijke agglomeraties en de niet-stedelijke gemeenten komt grotendeels doordat in de steden meer starters wonen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Dat is echter niet het geval voor de starters in de periferie: gezien hun persoonskenmerken hebben zij juist een gunstigere uitgangspositie, maar door de regionale omstandigheden in de periferie hebben zij toch minder kans op werkzekerheid.

Nabijheid van banen en concurrentie op de arbeidsmarkt

Naast een hogere werkloosheid onder jongeren verlaagt ook het beperktere aantal banen dat bereikbaar is vanuit de gemeenten in de periferie de kansen van starters uit die regio. Ook is het voor de kans op werkzekerheid in de vroege loopbaan van belang dat de bereikbare banen aansluiten bij de tijdens de opleiding opgedane kennis en vaardigheden. Toch is de nabijheid van veel banen geen garantie voor werkzekerheid. Hoewel de grootstedelijke agglomeraties de meeste banen tellen, is daar ook meer concurrentie op de arbeidsmarkt.

Deze notitie is onderdeel van het PBL-onderzoek ‘Regionale verschillen in werkzekerheid’ dat het PBL uitvoert in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Doel van dit onderzoek is te achterhalen in hoeverre de kans op werkzekerheid - dat wil zeggen het vinden en behouden van werk - regionaal verschilt. Dit wordt onderzocht voor 2 groepen: starters op de arbeidsmarkt en personen die na werkloosheid weer aan de slag gaan. Voor beide groepen geldt dat hun werkzekerheid onder druk staat, alleen het moment waarop dit plaatsvindt in hun loopbaan verschilt. Twee eerder verschenen notities beschrijven de patronen in het loopbaanverloop van zowel starters als voormalig kortdurend werklozen en hoe degenen met verschillende typen loopbanen zijn verdeeld over de 35 arbeidsmarktregio’s: 'Regionale verschillen in carrièreverloop na de WW' en 'Regionale verschillen in het carrièreverloop van schoolverlaters'. Dit deel van het onderzoek beschrijft in hoeverre en welke regionale omstandigheden het carrièreverloop beïnvloeden van starters op de arbeidsmarkt uit de jaren 2006 tot en met 2009. Tegelijk met deze notitie verschijnt een vergelijkbare analyse voor alle WW-instromers uit de jaren 2007 tot en met 2009 die binnen een jaar weer een werk hadden gevonden.